Identificatie – hoe vereenzelviging autonomie vervangt
Tijdens het WK-voetbal zagen we weer een bijzonder verschijnsel: verbinding. Met miljoenen mensen tegelijk: met hun land, hun elftal, hun vlag, hun gezamenlijke doel. In Nederland met oranjegekleurde huizen, oranje kleding, beschilderde gezichten, petjes, toeters en bellen – het was een en al ‘wij’. Winnen was collectieve triomf, verlies werd als persoonlijk ervaren.
Op het eerste gezicht lijkt zo’n ‘carnaval’ onschuldig en zelfs leuk: even power-saamhorigheid waarin alle verschillen naar de achtergrond verdwijnen. Maar onder deze groepsbeleving ligt een psychologisch mechanisme dat verder reikt dan alleen voetbal. Want precies hetzelfde speelt bij politieke overtuigingen, maatschappelijke trends en spirituele stromingen: identificatie, het fundamentele vermogen om iets buiten ons zo sterk met onszelf te verbinden dat het als onze eigen identiteit wordt gevoeld. Je met iets identificeren is het tot je identiteit maken, terwijl het dat niet kan zijn. Het Latijnse identificāre, met idem (‘hetzelfde’) en facere (‘maken’), betekent ‘tot hetzelfde maken’. Het wordt in de Vedische filosofie Ahamkara genoemd.
De Vierde Weg-filosofie van Gurdjieff en Ouspensky beschreef identificatie als een fnuikend mechanisme waarbij mensen zichzelf verliezen in gedachten, emoties, objecten of situaties. Er ontstaat een cognitief verval, waarin je de mogelijkheid verliest om objectief en zelfreflectief naar jezelf te kijken en naar de wereld om je heen. Zo creëer je je eigen ‘preferente werkelijkheid’ waaraan anderen zouden moeten voldoen.
Collectieve identificaties ontstaan wanneer mensen zich massaal verbinden met actuele kwesties of idealen. Het WK is daarvan een herkenbaar en nogal onschuldig voorbeeld. Maar ditzelfde mechanisme kan leiden tot maatschappelijke polarisatie, groepsdenken en verlies van gezond verstand én gezond gevoel. Collectieve identificaties doen onvermijdelijk tegenpolen ontstaan.
Jezelf met iets identificeren betekent het tot je identiteit maken
terwijl dit volstrekt onmogelijk is
Identificatie begint vaak met onschuldige interesse. Zodra je je ergens mee identificeert, door sympathie of antipathie, geeft je in zekere zin intellectuele onafhankelijkheid op; een verlies van autonomie en innerlijke vrijheid. Je bent niet langer objectief waarnemer, maar gekleurd door datgene waarmee je je identificeert. Er ontstaat een cognitieve bias. Elke onbewuste en niet begrepen identificatie kan ons afsluiten en ons tegenover anderen plaatsen.
De vraag is daarom niet alleen waaróm mensen zich collectief laten meeslepen, maar is fundamenteler: waarom vereenzelvigt een mens zich überhaupt met iets buiten zichzelf? Hoe komt het dat we identificatie niet eens opmerken? We zien het overal, want iedereen gaat weleens mee in collectieve identificatie. Het mechanisme zelf maakt geen onderscheid tussen overtuigingen. Het geldt zowel voor XR-activisten die zich aan wegen vastplakken als voor ‘wakkeren’ die hun denkbeelden in allerlei podcasts en aan babbeltafels rondpompen. Psychisch gekleurde werkelijkheden die als vanzelfsprekend of als waar worden ervaren, worden fel verdedigd. Hier niet in meegaan vraagt moed, want je riskeert soms uitsluiting.
Het observeren van dit mechanisme is daarom belangrijk. Onbewuste identificatie die jezelf beperkt kan alleen worden doorbroken door het te herkennen, te zien op het moment dat het plaatsvindt. Maar dan moet je het dus eerst dóórkrijgen, zoals ooit een voetbalfilosoof terecht zei. Dit is toetsbaar. Iedereen kan dit zelf onderzoeken door op één dag (beter een paar dagen) nauwkeurig waar te nemen hoe vaak het gevoel van ‘ik’ zich als vanzelf verbindt met een mening, emotie, rol of groepsidentiteit. Wie dit zonder vooringenomenheid onderzoekt en bewust waarneemt, zal ontdekken dat identificatie geen uitzondering is, maar een normale toestand van onze geest.
Kuddegedrag
Hoewel psychologie, sociologie en filosofie verschillende verklaringen bieden voor grootschalig groepsgedrag, blijft dit fundamentele mechanisme van identificatie onderbelicht. Die verklaringen beschrijven weliswaar belangrijke aspecten van collectivisme (binnen ideologieën en allerlei –ismen), maar richten zich op de omstandigheden waarin het ontstaat. Maar beïnvloeding en kuddegedrag kunnen pas werkelijk vat op ons krijgen door dat diepere psychische vermogen om ons met van alles en nog wat te vereenzelvigen. Collectieve identificaties vormen een belemmering voor een meer bewuste (verlichte) samenleving.
Dit wordt in de huidige psychologie onvoldoende onderkend. Zolang dit mechanisme niet als fundamenteel wordt (h)erkend, zal de hedendaagse psychologie onvoldoende in staat zijn om de diepere dynamiek achter sociale onrust, polarisatie en ontwrichting te begrijpen en te beïnvloeden. En ja… ook vele moderne ziektebeelden (echte ziektes) komen voort uit zeer krachtige identificaties die zich in geest en lichaam hebben vastgebeten.
Het identificatie-mechanisme is van alle tijden
alleen het ‘waarmee’ verandert
Het mechanisme van identificatie is altijd en eeuwig hetzelfde, alleen het ‘waarmee’ verandert. Grote maatschappelijke kwesties lenen zich hier uitstekend voor, omdat die sterke emoties oproepen en dus raak je er gemakkelijk in gevangen. Binnen het genderdebat is dit heel goed zichtbaar. Men ziet steeds populairder wordende non-binaire genderidentiteiten niet langer als iets waarover men zich zou kunnen bezinnen, maar raakt er volledig mee versmolten. Een geïdealiseerd construct en de persoon worden één. Transmensen laten zich zelfs lichamelijk ‘verbouwen’. Kritisch zijn op zo’n imaginarium wordt onmiddellijk ervaren als een aanval op de persoon zelf. Men verloor het vermogen om achter het concept te kijken, zowel bij zichzelf als bij anderen.
Oorlog is misschien wel het meest duidelijke voorbeeld van massa-identificatie omdat men massaal meegaat in een overheidsstandpunt van goed tegenover kwaad. Politiek en media versterken vrijwel altijd een dominant vijandbeeld. Eenmaal sterk genoeg kan van een heel volk het vermogen verdampen om onafhankelijk te blijven oordelen, waardoor zelfs het plegen van oorlogsmisdaden en genocide worden gerechtvaardigd alsof het niks voorstelt. Collectieve identificatie leidt zo tot collectieve verdwazing en vormt daarom misschien wel een van de grootste belemmeringen voor menselijke ontwikkeling.
Sociale media versterken dit proces. Algoritmes zijn grotendeels gericht op het uitlokken van sterke emoties zoals boosheid en verontwaardiging zodat identificaties voortdurend worden gevoed op basis van onderbuikgevoelens. Maar ook oprechte intenties kunnen onbedoeld bijdragen aan verdere polarisatie. Er wordt bijvoorbeeld op X niet reageert vanuit vrijdenken, maar vanuit narratieven die voortdurend wordt herhaald. Hoe sterker de identificatie, hoe kleiner het vermogen om nog verstandige reacties te posten.
Reclame, media en marketing spelen hier voortdurend op in. Zij verkopen allang geen producten of ideeën meer; ze sporen de consument aan om een complete identiteit te omarmen. Om ‘bijzonder’ te zijn. Zo konden ook al die verdienmodel-influencers op sociale media ontstaan. Hoe groter de groep die zich met een merk, levensstijl of gedachtegoed identificeert, hoe groter de economische invloed en winst.
De hamvraag is: hoe kan dit allemaal gebeuren zonder dat we dit zelf opmerken?
Buffers
Binnen de Vierde Weg filosofie wordt dit verklaard met het begrip ‘buffers’. De menselijke geest bezit niet vanzelfsprekend harmonieuze éénheid, maar zit vol overtuigingen, emoties en verlangens die onopgemerkt tegenstrijdig aan elkaar kunnen zijn. Zogenaamde buffers zorgen ervoor die tegenstrijdigheden niet worden opgemerkt en niet tegelijkertijd worden ervaren. Een buffer werkt als een soort firewall: die scheidt verschillende opvattingen strikt van elkaar. Hierdoor kan men zich in verschillende situaties met tegenstrijdige zaken identificeren zonder dat er innerlijk conflict ontstaat. Bijvoorbeeld sterk opkomen voor inclusie, maar tegelijkertijd andersdenkenden uitsluiten. Doordat dit niet wordt opgemerkt, blijft het zelfbeeld intact. Nog een voorbeeldje: een bewuste ‘groene’ wereldverbeteraar en mensenrechtenactivist met stekkerauto kan zijn milieubelastende en arbeidsuitbuiting-bevorderende ‘verduurzaming’ blijven rechtvaardigen zonder de paradox ervan te herkennen, laat staan te onderzoeken. Als schokbrekers voorkomen mentale buffers dus cognitieve dissonantie en beschermen het zelfbeeld.
De meest fnuikende vorm van onbewuste identificatie is misschien wel die met het idee dat we zelf niet geïdentificeerd zijn. Zo kan de overtuiging worden behouden dat we bewust zijn, dat we vrij en zelfstandig denken en handelen, en dit beschermt uiteindelijk de illusie van een ‘vrije wil’.
Werkelijke vrijheid begint daarom bij het in zelfreflectie herkennen van identificatie zodra die optreedt. Pas wanneer wij zien hoe en waarmee wij ons voortdurend onopgemerkt inlaten, ontstaat de kans om hier niet langer automatisch op ‘in te loggen’. Dan kunnen we werkelijk aan waarheidsvinding doen en bewust kiezen waar we ons mee vereenzelvigen.
Gelukkig beschikken we ook over een onderscheidingsvermogen dat steeds beter gaat functioneren naarmate we zelfreflectiever worden. Dat onderscheidingsvermogen kent niet alleen een intellectuele, maar ook een gevoelsmatige uitingsvorm. Zoals ons verstand onderscheid maakt tussen waar en onwaar, tussen waardevol en niet-waardevol, zo maakt ons geweten datzelfde onderscheid door te voelen. Het geweten is daarmee de gevoelscomponent van ons onderscheidingsvermogen. In momenten van zelfreflectie voelt ons geweten feilloos aan wanneer onze overtuigingen niet stroken met wat wij diep vanbinnen weten; wanneer wij niet helemaal eerlijk zijn of wanneer ons handelen afwijkt van onze eigen waarden. Dat besef kan confronterend zijn. Toch is mijn stelling dat ons geweten altijd gelijk heeft. Juist daarom doen we er goed aan ernaar te luisteren en er altijd naar te handelen. Dan lost die innerlijke tegenstrijdigheid zich op.
Essentiële identificatie
De identificatie-medaille heeft echter twee kanten. Er bestaat ook een positieve vorm van identificatie, die veel intuïtiever plaatsvindt en alleen bewust wordt aangegaan: zij verbindt ons met anderen en met de wereld en kan plotselinge ‘popups’ van intense liefde en betrokkenheid in onze geest veroorzaken. Dit wordt door mij essentiële identificatie genoemd, want zij komt voort uit onze essentie. Het interessante is dat zo’n ervaring zowel echt als voorbijgaand is. De liefde of betrokkenheid die we op dat moment ervaren is volkomen werkelijk, maar de identificatie die haar oproept is afhankelijk van een bepaalde ‘ontmoeting’. Het kan ons ertoe bewegen om het beste voor anderen te willen en daar ook daadwerkelijk naar te handelen. In zijn meest vergaande vorm zien we dit terug in het bodhisattva-ideaal binnen het Mahayana-boeddhisme. Een bodhisattva is iemand die kiest om anderen te helpen zich te verlichten en belooft pas zelf volledig in het nirwana (de ultieme staat van bevrijding) binnen te gaan wanneer alle levende wezens uit lijden verlost zijn. Het is een vorm van sterke altruïstische identificatie met het lot van anderen. Hiervan zijn meerdere voorbeelden te geven. Maar deze vorm van identificatie blijft zeldzaam, omdat zij volledig afhankelijk is van de mate waarin wij bereid zijn een ander daadwerkelijk als onszelf te ervaren.
Hetzelfde mechanisme (Ahamkara) dat ons vatbaar maakt voor groepsdruk, overtuigingen en kuddegedrag kan dus óók de bron zijn van verbondenheid, mededogen en altruïsme. Het verschil zit niet in het vermogen tot identificatie zelf, maar in de mate van bewustzijn waarmee het plaatsvindt. Onbewuste identificatie maakt ons kleiner, omdat we ons verliezen in dat waarmee we ons vereenzelvigen. Bewuste identificatie maakt ons groter, omdat we ons juist kunnen verbinden met het geheel.
![]()

