Ego en persoonlijkheid

Hoe zit het met ego en persoonlijkheid?

We zullen toch telkens weer onderscheid moeten maken tussen ons ego, dat vaak het ‘valse ik’ wordt genoemd, en onze persoonlijkheid. Graag wil ik erop wijzen dat we zo snel mogelijk af moeten van het idee dat ego en persoonlijkheid een en hetzelfde zouden zijn. Van ons ego kunnen we afscheid nemen, van onze persoonlijkheid niet.

Ons ego is ‘vals’, of beter: het komt voort uit illusies, omdat het uit identificaties bestaat die zich in onbewustheid kunnen handhaven. Het bestaat dus uit de hechting aan al die dingen die ons een identiteit zouden geven, die ons tot een identiteit zouden maken. Door vele verworven hechtingen aan ideeën omtrent ‘mijzelf’ dekt het onze ware essentie af.

Onze persoonlijkheid is vanaf geboorte volledig verworven en is onze individuele hoedanigheid in ons leven. Zowel onze aangeboren essentie als verworven persoonlijkheid doen ons van elk ander individu verschillen. We vinden op aarde geen tweede van onszelf als individu. Onze persoonlijkheid is verworven door alles wat we hebben aangeleerd, en wel binnen de mogelijkheden die onze individuele essentie toeliet. Onze aangeboren individuele essentie bepaalt in hoge mate de vorm en inhoud van onze persoonlijkheid. In die individuele essentie liggen bepaalde karaktertrekken en al onze talenten en beperkingen vastgelegd, dus bijvoorbeeld ook onze potentie om te kunnen leren.

Het ego kunnen we ‘vals’ noemen omdat het een onware voorstelling van zaken is omtrent ‘mijzelf’, die door mijzelf in onbewustheid in stand wordt gehouden. Het is ons zelfbeeld waarvan we denken dat het onze identiteit is.

Onze persoonlijkheid is ons individuele instrument (we zijn het niet) om ons in dit leven uit te drukken. Zou er nog een cabaretier, een dichter, een politicus, een bakker, een schrijver, een genezer, een kunstenaar of zelfs een goeroe bestaan, zonder persoonlijkheid? On-mo-ge-lijk!

Wat behoort er dan tot die door ons in dit leven verworven persoonlijkheid?
– al onze culturele eigenschappen (bijvoorbeeld: ons Nederlander-zijn)
– onze taal en taalgebruik
– onze humor en manier van doen en uitdrukken
– ons aangeleerde (beroeps) vaardigheden en kennis
– onze functie in familie, werk en andere sociale situaties
– onze lichamelijke en verbale houding en uitstraling
– alle verworvenheden in dit leven, om ‘mijzelf als individu’ te kunnen zijn.

Wat behoort niet tot onze persoonlijkheid maar tot onze essentie?
– al onze aangeboren geestelijke eigenschappen en geaardheden, want die behoren tot onze individuele (geïndividueerde) essentie (onze individuele ‘blauwdruk’ bij conceptie/geboorte)
– onze aangeboren talenten
– onze aangeboren beperkingen

Alle gegevenheden van onze individuele essentie behoren dus niet tot onze persoonlijkheid. Onze individuele essentie bepaalt de ‘speelruimte’ waarmee we ter wereld kwamen in dit lichaam, in dit leven als mens. Onze persoonlijkheid, wij als persoon dus, is ons ‘uitvoerende instrument’ waardoor we in de wereld gekend worden en we ons in de wereld kunnen uitdrukken. Zo is de mens voor een groot deel als individu bepaald in dit leven.

Identificatie creëert ego

Het ego is een opeenstapeling van identificaties met eigenschappen, ideeën, gevoelens, conditioneringen, neigingen, bezit e.d.. Het zijn vormen van vereenzelviging met ons lichaam, onze functie, onze mind en onze theorieën, onze gevoelswereld, en alles waar we ‘dit ben ik’ tegen zeggen. Als we in onbewustheid en onwetendheid tegen van alles en nog wat “dit ben ik” zeggen, spreken we van identificatie (identificeren = tot onze identiteit maken).
Zodra we in onbewustheid ons ‘ik Ben’ koppelen aan iets wat we in wezen niet zijn, creëren we een stukje ego.

Voorbeelden:

Als ik werkelijk geloof dat ik muzikant bén, ben ik geïdentificeerd hiermee en heb ik een muzikanten-ego geschapen.
Als ik werkelijk denk dat ik leraar ben, heb ik een leraar-ego geschapen en zou ik mij kunnen gaan onderscheiden van anderen (die dat niet zouden zijn) en me wellicht beter of hoger kunnen gaan inschatten dan anderen.
Als ik werkelijk denk dat ik een lelijk lichaam of gezicht heb, heb ik een lelijkheids-ego geschapen en zal ik mij voor mijn fysieke verschijning schamen of operaties laten uitvoeren. Voor een schoonheids-ego geldt natuurlijk hetzelfde, al gaan ik daarmee dan juist de boer op.
Als ik mij identificeer met een geweldige torso, zal ik hele dagen in de sportschool doorbrengen om die ook te verkrijgen.
Als ik mij identificeer met mijn mooie auto (kijk mij eens-kijk mij eens!), doet elk krasje mij zeer!
Als ik mij identificeer met mijn geslacht of mijn viriliteit, loop ik dat achterna en gedraag me wellicht als womanizer of nog erger.
Als ik mij identificeer met een bepaald spiritueel gedachtegoed, voel ik mij mogelijk ‘verlicht’ en heb ik een spiritueel ego geschapen.
Als ik mij identificeer met mijn geestelijke vermogens zou ik mijzelf als slim of dom kunnen gaan beoordelen.

De identificatieclusters in onze individuele geest, en dit kunnen verschillende clusters van hechtingen naast elkaar zijn, bepaalt dus ons ego. Want we zeggen: ‘ik ben dit, en dat, en dat, en dit, en dat…’. Maar dat kunnen we onmogelijk zijn omdat we in wezen niet kunnen zijn wat we kunnen waarnemen. We zijn datgene dat waarneemt.

Alleen door onbewustheid en onwetendheid over dit grote uit identificaties bestaande ‘verhaal’ in en over onszelf, blijft het bestaan, en wel als ego. We geloven er in omdat ons nooit in onze opvoeding werd verteld hoe illusionair en onwaar dit identificeren is; hoe groot deze door onszelf zelf in stand gehouden leugen is. Een valse onware collectie ‘ikken’ die we zouden kunnen achterlaten.

Zodra we in zelfherinnering stoppen met ons in onbewustheid te identificeren, d.w.z. dat we a) het telkens opmerken, b) het herwaarderen en er dus niet meer in geloven, en c) dit volledig gaan achterlaten in werkelijk bewust gewaarzijn, is het resultaat: géén ego meer! Ego-loosheid!
Is dat niet prachtig?!

Een persoonlijkheid houden we natuurlijk wel. Daaraan zal iedereen ons kunnen herkennen als… (vul je naam in), en wel in alles wat je zegt, doet en laat. Onze persoonlijkheid hebben we in ons leven verworven en bestaat zoals gezegd uit vele aangeleerde gegevenheden zoals taal, cultuur, vaardigheden, manier van doen, waarden en normen, enzovoort. Zonder dat kunnen we niet omgaan in de ons omringende sociale wereld die voor een groot deel ook bepaald is. Onze persoonlijkheid gebruiken we om ons (uniek) uit te drukken als ‘mijzelf in de wereld’ en om al onze rollen te spelen die in ons leven van ons worden gevraagd. Is onze persoonlijkheid zuiver, dan zal ze niet geïdentificeerd zijn en geen ego vormen. Dan leven we in de wereld, maar zijn niet langer van de wereld.

Dit alles geldt (hoogstwaarschijnlijk en naar wat kenbaar is) alleen voor de mens als levenssoort, een microscopisch klein ‘verschijnsel’ in het universum! Dit beseffen zal ons mens-centrisme, ofwel antropocentrisme als kleuring van de werkelijkheid, kunnen voorkomen.

Fictief voorbeeld:

Jij hebt bij geboorte een eeneiige tweelingbroer (of zus; ik houd het in dit voorbeeld even in de manlijke vorm) die wordt overgeplaatst naar het Andesgebergte.

Als jullie elkaar op 30-jarige leeftijd voor het eerst ontmoeten, herkennen jullie elkaar alleen maar van gezichtsgelijkenis. Verder is álles in jullie persoonlijkheid anders. Want de persoonlijkheid is ontstaan door onze verworvenheden (taal, cultuur, ontwikkeling, normen en waarden) gedurende ons leven.

Jullie individuele essentie (alles wat is aangeboren zoals talenten en beperkingen) zal voor een groot deel overeenkomen. Dat laat zich namelijk niet makkelijk veranderen, ook al bevinden we ons in een geheel andere cultuur.

Het ego van jullie beide zal ook geheel verschillend zijn, omdat in verschillende culturen en door verschillende opvoedingen zeer verschillende identificatie-clusters ontstaan. Jij zal je wellicht identificeren met je opleiding (met de kennis van je vakgebied zoals bijvoorbeeld politiek of spiritualiteit) en jouw broer met zijn gevoel voor de natuur (de kennis over een totaal ander vakgebied zoals bijvoorbeeld schapen hoeden of paarden trainen).

Jullie zouden elkaar dus geheel niet ‘kennen’ door de verschillend ontstane persoonlijkheden, maar elkaar wel vrij snel kunnen herkennen in jullie gezamenlijke individuele essentie. Die gezamenlijke essentie (al zal deze ook binnen een eeneiige tweeling nog behoorlijk kunnen verschillen) zal er toe geleid kunnen hebben dat jullie, ondanks opgegroeid in een totaal verschillende cultuur, je voelden aangetrokken tot hetzelfde soort werk, hetzelfde soort benaderen van levenszaken: jullie kunnen dezelfde zelfde soort affiniteiten hebben.

Jullie ego’s, die bestaan uit clusters van identificaties, zullen echter zeer verschillen, want jij identificeert je niet met schapenhoeden of een perfecte paardentraining, en hij identificeert zich niet met politieke gevatheid, of met coach willen zijn.
Zie toch ook de essentie-overeenkomsten tussen deze fictieve maar toch waarschijnlijke voorbeelden van affiniteit en werk van de beide uit elkaar gehaalde tweelingbroers: schapenhoeder en politiek mensenleider – paardentrainer en spiritueel trainer. Twee individuele mens-essenties zochten in dezelfde hoek.

© Michiel Koperdraat