Over Identificatie
Wat is identificatie?
Identificatie komt voort uit een van onze krachtige mentale instrumenten. In de Vedische filosofie wordt dit instrument Ahamkara genoemd. We maken er met onze actieve geest zeer veel gebruik van. Dit is onvermijdelijk en ook noodzakelijk. Maar wat is identificatie? Wat doet het met ons, en wat levert het op?
Er zijn twee soorten identificatie die we zullen moeten onderzoeken! Het moderne ‘persoongegevens kenbaar maken’ hierbij uiteraard niet meegerekend. Identificatie komt etymologisch van het Latijnse woord Identificare en betekent als eerste ‘tot hetzelfde maken’ of ‘twee dingen onder één begrip brengen’ (idem = gelijk of identiek, en facere = maken).
Als tweede heeft het ook een spirituele betekenis, ‘vereenzelviging’ maar dan in de zin van ‘volkomen toegewijd zijn’.
Mechanische identificatie als innerlijke beperking
De eerste vorm van onze identificatie is de geestelijke/mentale activiteit die onze Ik koppelt aan Iets dat we denken of aannemen te zijn, maar dat we in werkelijkheid niet zijn. We koppelen ons Ik ben aan iets anders. En vervolgens denken we dat we dat zijn. Door te zeggen ‘ik ben dit of dat‘. Door die aanname worden we opeens een stuk begrensder. Ons Ik wordt opeens zo beperkt als dat waar we ons aan koppelen, als waar we ons mee identificeren.
Onbewust
Dit hebben we meestal niet in de gaten. We vinden het tot ons gewone taalgebruik horen om op die manier te zeggen hoe het er met ons voor staat. Prima, maar dit betekent niet dat we erin moeten gaan gelóven. Soms hebben we dit in gaten als iemand anders probeert ons zoiets wijs te maken; als iemand zegt: ‘ach joh, je bent dit of dat’. Dan nemen we dat niet zomaar aan en protesteren er misschien zelfs wel tegen. We voelen dat de ander ons wil beperken door die opmerking.
We identificeren ons met van alles; met vele ideeën over onszelf, met anderen en met dingen of situaties: met ons lichaam en gender, de kenmerken ervan en hoe dat ‘voelt’, met onze functie die we bekleden, met onze afkomst of status, met onze eigenaardigheden, met ons leed, met onze politieke voorkeur, met onze meningen, met onze nationaliteit, met helden en idolen, met ons spiritueel-zijn, met bezittingen, enzovoort. Er zijn zelfs mensen die echt pijn voelen bij een kras in de lak van hun auto!
We hebben het hier over mechanische – niet bewuste – identificatie. Onze niet-bewuste persoonlijkheid brengt het voort en ons ego houdt het graag in stand, want zij bestaat hieruit. Identificatie als deze kunnen allerlei gevoelens veroorzaken, ook een gevoel van geluk, maar het is altijd tijdelijk. Langdurige identificaties kunnen tot allerlei psychische ellende leiden. Onze identificaties betreffen meestal ons lichaam, onze geestesgesteldheid en onze functie (ons doen en laten).
Voorbeeld
Een heel simpel voorbeeld: ‘ik ben doodop’. Op dat moment voelt ons lichaam moe, of zelfs ook onze geest, maar dat hoeft niet te betekenen dat ik mijn gehele statuur moet begrenzen tot ‘doodop’. Als we ons moe voelen, zijn we nog steeds meer dan dat. We zijn wellicht te lang doorgegaan met iets, of hebben teveel van onszelf gevraagd. In ons gewone taalgebruik heel normaal om te zeggen, maar het is iets anders om hier niet tevens alert op te zijn, want het is een onware aanname. Feit is op dat moment alleen, dat ons lichaam en geest rust nodig hebben. De gedachte ‘ik ben doodop’ maakt ons twee keer zo moe, omdat deze identificatie zonder zelfreflectie ons moe maakt. Maar dan het kan voorkomen dat er plotseling iets gebeurt, iets dat onze ervaring ‘verruimd’ en de identificatie doet verdwijnen. Bijvoorbeeld iemand vraagt ‘heb je zin om mee te gaan naar een feestje/voorstelling, of wat dan ook?’ Iets leuks en aantrekkelijks. En wég is de moeheid! We voelen weer energie! Maar er is wellicht ook een andere identificatie voor in de plaats gekomen, dit keer een ‘leuke’. Kortom: we waren dus niet doodop.
Sterke identificaties in de sociale wereld kunnen je energetisch leegzuigen. Dit doen we zelf en kunnen we niet afschuiven op anderen die we hiervan de oorzaak noemen, want anderen zijn altijd slechts aanleiding. Onze eigen identificatie inzien en hier zelf verantwoordelijkheid voor nemen, zodat we deze in een innerlijke vrede zien voor wat die waard is en onmiddellijk achterlaten, zorgt voor het behoud van onze energie. Al deze identificaties kunnen we eenvoudig opgeven en opdragen waardoor we er innerlijk van bevrijd raken.
Onszelf met iets identificeren is dit tot onze identiteit maken
terwijl het dit onmogelijk kan zijn
Essentiële identificatie
De tweede vorm van onze identificatie is onze mogelijkheid ons volledig te verbinden met iets. Het is identificatie vanuit onze Essentie, ons diepste Zijn als individu. Het is hetgeen ons zuiver engagement doet hebben in situaties. Ahamkara is namelijk ons hechtings-instrument, zonder welke wij met niets of niemand verbondenheid kunnen ervaren. Hieraan kunnen we zien hoe noodzakelijk deze mogelijkheid tot identificeren is: zonder hechting zou er bijvoorbeeld geen verbinding kunnen zijn tussen moeder en kind (v.v.), of tussen geliefden en dat zou rampzalig zijn. We hebben het dus over natuurlijke hechting. Natuurlijke hechting doet ons liefde ervaren, maar ook rouw, wanneer een geliefde ons ontvalt.
Op het eerste gezicht lijkt het of we ons identificeren met iets buiten ons. In essentiële identificatie met iets ‘buiten ons’ verbinden we ons aan iets in en door volledige toewijding. Dit komt puur uit het hart voort, vanuit onvoorwaardelijk liefhebben. We gaan er dan zó in op, dat de begrenzing tussen Ik en het andere wegvalt. In wezen worden we dan één met dat andere. Ons wezen wordt dan onvoorwaardelijk één met het wezen van het andere in ver-Eén-Zelviging. Dan blijkt dat dit andere niet wezenlijk als iets anders voelt, maar als iets van mijzelf en in feite niet wezenlijk van mijzelf verschilt. Er is een volledige versmelting met dat andere die de ervaring van eenheid met dat andere realiseert. We ervaren één Zelf. En dat kan dus met alles zijn, personen en dieren, processen, handelingen, doelstellingen, et cetera. Ook dit gaat vaak onbewust en wordt als liefde ervaren, maar verdiept enorm vanuit de staat van zelfherinnering, de wakkere en zelfreflectieve staat in Nu.
We hebben het hier over de werkelijke functie van Ahankara: essentiële identificatie, vanuit onze Essentie, die zo haar eigen statuur en natuur ervaart, echter zonder dat onze Essentie hieruit haar bestaan ontleent.
Bewust
Deze geestelijke staat van essentiële identificatie verdiept vanuit volledige tegenwoordigheid van geest: in een vol gewaarzijn en voelende aandacht van onszelf ‘met het andere’, en vanuit een niets-achterhoudende overgave aan onszelf ‘binnen dat andere’. Dit is wat we ‘de ultieme flow’ zouden mogen noemen. Hierbinnen is namelijk het Beste in onszelf handelend en creërend, én het neemt dat tevens waar. Dit mogen we best een goddelijke staat van geest noemen, want de Essentie van het Absolute is hierin werkzaam en zichtbaar. Doordat het door ons tevens wordt waargenomen in zelfherinnering, maakt het intens gelukkig!
Voorbeeld
Bijvoorbeeld: vereenzelviging met iets wezenlijks. We kunnen bijvoorbeeld één worden met het luisteren naar of spelen van een muziekstuk; of één worden met een voor ons zeer essentiële handeling of activiteit. Eén worden met je kind of partner. Of één worden met een Grootheid vanuit devotie. Al deze identificaties beperken ons niet maar verruimen ons en brengen ons bij onsZelf. Dan kan het zijn dat we ervaren dat hetgeen waar we ons mee identificeren, in essentie (van) onszelf ís! Zo kun je – om een voorbeeld te noemen – zó toegewijd zijn aan- en vereenzelvigd zijn met muziek dat je de muziek in je beleving wordt! Of, net zo waar, dat de muziek jóu wordt. De (schijnbare) tweeheid tussen ‘mij als musicus’ en ‘de muziek’ is dan opgelost, is er niet meer, en zou er ook nooit meer hoeven zijn, is dan de innerlijke beleving.
Voor iedereen
Is dit voor iedereen weggelegd? Jazeker! Niet alleen musici, maar ook andere kunstenaars, sporters, (stilte-)wandelaars, redenaars, wetenschappers, schrijvers, acteurs, zonaanbidders, mediterenden, coaches, én dus ook ieder ander in wat men het liefste doet, kunnen dit ervaren; en wel op het moment dat de één-wording met hetgeen waaraan we volledig toewijd zijn, zich voordoet. Bewust, met volle aandacht in zelfherinnering zijn, die voelende waarneming van onszelf in de situatie of handeling waarin we verkeren, is voorwaarde.
Kortom: we ervaren dan onsZelf in myriaden vormen. 🙂
Identificatie: de ineenstorting van gelaagd bewustzijn
Binnen De Vierde Weg wordt gesproken over de vele ‘ikjes’ die elkaar voortdurend afwisselen en over een Waarnemer die deze processen kan leren zien. Vanuit de meta-psyche gezien ligt het echter iets anders.
De verschillende ikjes worden hier niet opgevat als afzonderlijke personages in onszelf, maar als tijdelijke configuraties van aandacht, emotie, herinnering, interpretatie en gewoontevorming. Zij ontstaan, verdwijnen en combineren zich voortdurend tot nieuwe patronen. Het gaat er niet om dat deze patronen bestaan, maar dat wij ons ermee identificeren.
Op het moment van identificatie treedt een proces op dat kan worden omschreven als een collapse van multi-level awareness: een ineenstorting van gelaagd bewustheid tot één enkel perspectief. De rijkdom van ons bewustzijn vernauwt zich dan tot een beperkte manier van zien, voelen en denken. De potentie van ons bewustzijn wordt teruggebracht tot één deel dat tijdelijk de leiding neemt.
Woede, angst, begeerte, overtuigingen, herinneringen of verwachtingen kunnen zo ons volledige bewustzijnsveld domineren, omdat alle andere perspectieven tijdelijk naar de achtergrond verdwijnen. Zoals een kar steeds opnieuw in dezelfde ingesleten sporen terechtkomt, zo volgt de menselijke geest vaak de paden van de minste weerstand en conditionering.
Zelfherinnering vormt de eerste doorbreking van dit mechanisme. Er ontstaat dan niet alleen aandacht voor wat wordt ervaren, maar ook voor het bewustzijn waarin dit gebeurt, voor ‘mijzelf’ die dit ervaart. Ons bewustzijn valt dan niet langer volledig samen met één perspectief vanuit zo’n tijdelijke configuratie van opvattingen, maar wordt zich (opnieuw) bewust van zijn eigen gelaagdheid. Innerlijke en uiterlijke waarneming beginnen zich te verenigen. Dit vraagt om herhaalde oefening en verdieping.
In De Vierde Weg wordt de hieruit voortkomende nieuwe samenhang het Magnetisch Centrum genoemd. Wanneer deze zich verder ontwikkelt, kan zij uitgroeien tot een duurzaam Zwaartekrachtcentrum. Vanuit de meta-psyche bezien gaat het daarbij niet zozeer om de vorming van een nieuw centrum, maar om een ‘herordening’ van ons bewustzijn als geheel.
Afzonderlijke identificaties verliezen hun vanzelfsprekende macht. Wat eerst als losse ikjes verscheen, wordt zichtbaar als onderdeel van een groter en omvattender bewustzijnsveld. De Waarnemer zelf blijkt uiteindelijk eveneens deel van deze gelaagdheid.
Het belangrijkste verschil is dit: De Vierde Weg beschrijft hoe een gefragmenteerde psyche geleidelijk een stabiel waarnemend centrum kan ontwikkelen. De meta-psyche zoals omschreven op Zelfkennis Nu beschrijft hoe bewustzijn zichzelf steeds opnieuw organiseert zonder een definitief centrum. In die zin vormt zij een brug tussen het individuele bewustzijn van een ‘iemand’ en het non-duale uitgangspunt waarin uiteindelijk zowel de waarnemer als het waargenomene oplossen in een grenzeloos Bewustzijn: een ‘niemand’.
Steeds zegt men, “Laat het los!”
Maar dit moet zijn, “Pak niets vast!”
Want wie niets vastpakt, heeft niets los te laten
God en mammon
Het spirituele begrip identificatie is nog weinig bekend als mentale stoorzender van vrijheid, vrede, verbinding en energie. Identificaties blokkeren innerlijk licht; collectieve identificaties staan een verlichte samenleving in de weg. De kern van veel spirituele leerstellingen is dan ook: Neem je identificaties waar en zie wat ze met je doen.
Een pijnlijke variant is de identificatie met het eigen leed. Hierdoor ontstaat een ‘ik’ dat afhankelijk wordt van aandacht van buitenaf om zich beter te voelen. Veel zelfhulpmethodes richten zich daarom op het loskomen van gedachtepatronen en gevoelsaannames over de werkelijkheid, die mogelijk uit trauma zijn voortgekomen.
Zolang we ons met ons leed identificeren, blijven we zoeken naar oplossingen in veranderende uiterlijke omstandigheden. Het lijden houdt aan en de oorzaak van onze pijn wordt gemakkelijk op anderen geprojecteerd. Het levert eindeloos lijden op. Niet alleen voor ons, want het kan meer ellende opleveren, omdat de oorzaak van het leed op anderen wordt geprojecteerd.
Heftige gevoelens en wanhoop lossen dit niet vanzelf op. Ons Gevoelscentrum wordt pas werkelijk ontlastend en louterend wanneer een proces van afscheid nemen van de identificatie op gang komt, vergelijkbaar met een rouwproces. Eerst moet ons Redelijk Centrum helpen herkennen hoe de identificatie ons gevangenhoudt. Vervolgens kunnen we er bewust afscheid van nemen door ons gevoel te transformeren. Hieruit ontstaat een heel ander diepgaand voelen, dat opschoont (loutert) en leed verwerkt.
Dit innerlijke proces van opgeven en opdragen vraagt om een oprechte, volledige bereidheid om van de identificatie bevrijd te worden. Een vluchtige of ambivalente poging volstaat niet. Daarvoor moet vanuit ons Magnetisch Centrum een wezenlijk verlangen zijn ontstaan om uit deze gevangenis te komen. We kunnen in onszelf niet de god (ons Zelf) en de mammon (ons ego) tegelijk dienen.
© Michiel Koperdraat
Over gelaagd bewustzijn
Identificatie: de ineenstorting van gelaagd bewustzijn
Binnen De Vierde Weg wordt gesproken over de vele ‘ikjes’ die onze psyche bevolken en over de Waarnemer die deze kan leren observeren. Vanuit de meta-psyche kan dit proces worden beschouwd als een vraagstuk van gelaagd bewustzijn: hoe verhouden de verschillende lagen van onze innerlijke wereld zich tot elkaar, en wat gebeurt er wanneer het bewustzijn zich met één daarvan vereenzelvigt?
Door onbewuste identificatie raakt het bewustzijn gevangen in wat het waarneemt. Verschillende ‘ikjes’ vormen conglomeraten waarin ze elkaar bevestigen en versterken. Zo ontstaat als het ware een onderling pact dat de neutrale waarneming steeds verder naar de achtergrond drukt. Het bewustzijn vernauwt zich tot één dominant perspectief, terwijl andere mogelijkheden van waarnemen en ervaren buiten beeld raken.
Een woede-uitbarsting, een angst, een overtuiging of een verlangen kan op zo’n moment het hele bewustzijnsveld in beslag nemen. Wat op dat moment wordt ervaren, lijkt de volledige werkelijkheid te zijn. De ruimere context verdwijnt naar de achtergrond en ons vermogen om de eigen toestand in perspectief te zien neemt af. Er ontstaat een ineenstorting van gelaagd bewustzijn: de verschillende mogelijkheden van bewustzijn worden als het ware teruggebracht tot één enkel perspectief.
Dit proces kan worden versterkt doordat de betrokken ikjes elkaar voortdurend bevestigen. Ze houden niet alleen een bepaalde overtuiging of emotie in stand, maar kunnen ook de indruk wekken dat deze volkomen terecht en onvermijdelijk is. In extreme gevallen kunnen zulke processen bijdragen aan ernstige psychische en lichamelijke problemen, suïcidaliteit of gedrag waarin de behoefte aan controle en macht anderen gaat overheersen.
Om te begrijpen hoe dit gebeurt en hoe er ruimte kan ontstaan voor een andere verhouding tot de eigen innerlijke wereld, is het nodig onderscheid te maken tussen verschillende niveaus van functioneren en bewustzijn.
De drie centra
De vierde Weg onderscheidt drie centra in de menselijke psyche: het fysieke of motorische centrum, het emotionele centrum en het intellectuele centrum. Deze centra hebben elk hun eigen manier van functioneren. Ze nemen waar, verwerken indrukken en zetten aan tot handelen, maar doen dat niet vanzelfsprekend in onderlinge samenhang.
Bij mensen overheerst telkens één van deze centra de andere twee. Het functioneren van de mens wordt daardoor eenzijdig gekleurd door respectievelijk het fysieke, het emotionele of het intellectuele. De andere centra zijn wel aanwezig, maar hun mogelijkheden worden onvoldoende benut of geïntegreerd. Het gevolg is dat gedachten, gevoelens en handelingen elkaar geregeld tegenspreken.
Identificaties ontstaan onder meer wanneer een bepaald centrum met zijn reacties het bewustzijn volledig in beslag neemt. Een emotie kan het denken en handelen gaan beheersen; een overtuiging kan gevoelens en lichamelijke reacties bepalen; een lichamelijke impuls kan de ruimte voor reflectie verdringen. De mens handelt dan grotendeels vanuit de overheersende reactie, zonder voldoende bewustzijn van het geheel waarvan die reactie deel uitmaakt. Meer bewuste samenhang ontstaat wanneer de centra leren samenwerken. Dat vraagt om zelfwaarneming en zelfherinnering: het vermogen om gedachten, gevoelens en lichamelijke reacties op te merken zonder er onmiddellijk in op te gaan. Hierdoor kan geleidelijk een andere verhouding ontstaan tot de eigen innerlijke processen. Dit is ook voorwaarde voor de ontwikkeling van ons bewustzijn. Zonder een goede samenwerking van deze drie centra komt niets op gang.
De nep-Waarnemer
Het leren observeren van de eigen psyche betekent echter niet automatisch dat er sprake is van neutrale waarneming. Ook onze innerlijke criticaster kan de indruk wekken dat hij de psyche observeert.
Deze criticaster weet inmiddels dat gedachten, gevoelens en gedragingen grotendeels automatisch kunnen ontstaan. Hij herkent bepaalde patronen en probeert ze te corrigeren. Toch ziet hij niet dat hij zelf aan diezelfde mechanismen onderworpen is. Zijn behoefte om de innerlijke wereld te beheersen, wordt gemakkelijk een nieuw patroon van identificatie.
De criticaster neemt dan de positie in van een soort innerlijke politieagent die voortdurend controleert of de psyche zich wel goed gedraagt. Hij bekritiseert bepaalde gedachten of gevoelens, probeert ongewenste reacties te onderdrukken en verlangt van zichzelf dat hij anders wordt. Daarmee kan hij juist de verdeeldheid versterken die hij probeert op te heffen.
Deze vorm van zelfwaarneming kan nuttige inzichten opleveren, maar is nog geen neutrale waarneming. De nep-Waarnemer is zelf onderdeel van het mechanisme dat hij probeert te beheersen. Hij verwart het vermogen om zichzelf te beoordelen en te corrigeren met het vermogen om zichzelf werkelijk waar te nemen.
De ware Waarnemer
De ware Waarnemer heeft een andere kwaliteit. Het gaat niet om een afzonderlijk ikje dat de psyche observeert, en evenmin om een instrument waarmee iemand zichzelf probeert te verbeteren. De Waarnemer is de individuele ervaring van bewustzijn zonder inkleuring door de psychische inhoud.
Vanuit deze neutrale waarneming kunnen gedachten, gevoelens, impulsen en identificaties worden waargenomen zonder dat het bewustzijn er volledig mee samenvalt. Woede kan worden ervaren zonder dat de hele mens opgaat in woede; angst kan worden waargenomen zonder dat angst de volledige werkelijkheid bepaalt. De ervaring wordt daarmee niet noodzakelijk opgeheven, meestal niet zelfs, maar er ontstaat ruimte om die te zien binnen een ruimer bewustzijnsveld.
Zelfherinnering speelt hierin een belangrijke rol. Het bewustzijn richt zich niet uitsluitend op datgene wat wordt ervaren, maar wordt zich ook bewust van het waarnemen zelf. Daardoor kan zichtbaar worden hoe een identificatie ontstaat, hoe verschillende ikjes elkaar versterken en hoe het bewustzijn telkens opnieuw in bekende patronen dreigt vast te lopen.
De Waarnemer kan daarbij niets corrigeren of veroordelen. Juist doordat de waarneming niet onmiddellijk wordt overgenomen door de neiging om in te grijpen, worden de eigen mechanismen helderder zichtbaar. Dat kan ruimte scheppen voor zelfkennis en verandering, al leidt neutrale waarneming niet vanzelf tot de integratie van alle centra of tot een verder ontwikkelde staat van bewustzijn.
De individuele ervaring van de Waarnemer is bovendien niet onbeperkt. Zij drukt zich uit binnen de mogelijkheden en begrenzingen van de geïndividueerde essentie van ieder individu. Ieder mens heeft zijn eigen mogelijkheden tot innerlijke ontwikkeling. De Waarnemer is dus niet simpelweg een universeel perspectief dat bij iedereen in dezelfde ‘bandbreedte’ functioneert.
De Waarnemer en het Absolute Bewustzijn
De verhouding tussen de individuele Waarnemer en het Absolute Bewustzijn vraagt om een verdere onderscheiding.
Binnen onze meta-psyche drukt het Absolute Bewustzijn (de oorsprong van alle bewustzijn) zich in de mens uit, maar ons individuele bewustzijn kan het Absolute niet volledig omvatten. De Waarnemer is daarom niet hetzelfde als het Absolute Bewustzijn. Hij vertegenwoordigt de individuele ervaring van bewustzijn, zoals die binnen een bepaalde menselijke essentie mogelijk wordt.
Dit kunnen we zien als het ‘Oog dat zichzelf niet kan zien’. Het oog kan alles waarnemen wat zich binnen zijn gezichtsveld bevindt, maar kan zichzelf niet op dezelfde manier als een voorwerp bekijken. Zo kan het bewustzijn alles wat zich aan het bewustzijn voordoet waarnemen, terwijl het Absolute Bewustzijn zelf niet als een object binnen dat bewustzijn kan verschijnen.
Op menselijk niveau kan het bewustzijn via de Waarnemer dus in zekere zin bewust worden van zichzelf. Dat gebeurt niet doordat het Absolute als een waarneembaar object verschijnt, maar doordat de individuele ervaring van bewustzijn zich bewust wordt van het waarnemen zelf. Ook dan blijft de menselijke ervaring begrensd door de mogelijkheden van de geïndividueerde essentie waarbinnen zij zich uitdrukt.
Er is dus een belangrijk verschil tussen de inhoud van ons bewustzijn en het bewustzijn waardoor die inhoud wordt waargenomen. Gedachten, gevoelens, herinneringen en overtuigingen veranderen voortdurend. De neutrale Waarnemer kan deze veranderingen opmerken zonder er mee samen te vallen. De oorsprong van het bewustzijn kan daarmee echter niet volledig worden doorgrond of tot een object van waarneming worden gemaakt.
Van identificatieclusters naar innerlijke samenhang
De samenwerking tussen verschillende ikjes hoeft niet uitsluitend een beperkende werking te hebben. Ook een gerichtheid op zelfkennis en innerlijke ontwikkeling kan door een zekere samenhang tussen ikjes worden ondersteund. Binnen De Vierde Weg wordt daarvoor het begrip Magnetisch Centrum gebruikt.
Een Magnetisch Centrum ontstaat wanneer bepaalde ikjes een gemeenschappelijke gerichtheid op zelfkennis en ontwikkeling vertegenwoordigen. Ze kunnen elkaar daarin versterken en ervoor zorgen dat de belangstelling voor innerlijk werk niet bij iedere verandering van stemming of omstandigheid verdwijnt. De samenwerking krijgt dan een richting die verder reikt dan de bevrediging van toevallige verlangens. Het trekt aan wat bewustzijn bevordert en stoot af wat het in de weg staat.
Het verschil met een beperkend identificatiecluster zit niet in het feit dat ikjes samenwerken, maar dat deze samenwerking niet het bewustzijn vernauwt maar juist ruimte schept voor ontwikkeling.
Bij verdere innerlijke ontwikkeling kan uit het Magnetisch Centrum geleidelijk een stabieler innerlijk zwaartepunt ontstaan. De vele losse ikjes verliezen dan hun overheersende invloed en maken plaats voor een duurzamere innerlijke samenhang. Het bewustzijn wordt daardoor minder afhankelijk van wisselende gedachten, emoties, verlangens en uiterlijke omstandigheden. De samenwerking tussen de verschillende delen van de psyche krijgt een andere kwaliteit: de ‘pacten’ worden een meer geïntegreerde innerlijke ordening. De vele losse ikjes hebben plaatsgemaakt voor een duurzaam Ik en Wil. Er is een sterk innerlijk anker ontstaan en daarmee een grote onafhankelijkheid van toevallige, uiterlijke omstandigheden. Het Zwaartekrachtcentrum is in die betekenis pact-loos geworden. Er is een stabielere innerlijke ordening ontstaan, waarin het geheel niet voortdurend wordt overgenomen door wisselende deelbelangen.
We realiseren door emotionele loutering bovendien een Hoger Emotioneel Centrum. Hierdoor kan een vorm van objectief voelen ontstaan die minder of niet wordt vertroebeld door persoonlijke projecties, angst, bezitsdrang, drama of jaloezie. Liefde, empathie en intuïtief inzicht kunnen hun egocentrische lading verliezen en een universeler karakter krijgen.
Daarmee wordt ook duidelijk waarom de samenhang van de psyche niet op zichzelf als goed of slecht kan worden beschouwd. Onbewuste identificatieclusters kunnen het bewustzijn steeds verder vernauwen, terwijl bewuste (essentiële) identificaties een ontwikkelde innerlijke samenhang en meer stabiliteit en onafhankelijkheid mogelijk maken. Het verschil ligt in de aard van de samenhang en in de kwaliteit van bewustzijn die ermee gepaard gaat. Zo ontstaat ruimte om al onze eigen innerlijke mechanismen te leren kennen en om onze weg te openen naar een geïntegreerde vorm van bewustzijn.
