Over Identificatie

Wat is identificatie?

Identificatie komt voort uit een van onze krachtige mentale instrumenten. In de Vedische filosofie wordt dit instrument Ahankara genoemd. We maken er met onze actieve geest zeer veel gebruik van. Dit is onvermijdelijk en ook noodzakelijk. Maar wat is identificatie? Wat doet het met ons, en wat levert het op?
Er twee soorten identificatie die we zullen moeten onderzoeken! Het moderne ‘persoongegevens kenbaar maken’ hierbij uiteraard niet meegerekend. Identificatie komt etymologisch van het Latijnse woord Identificare en betekent als eerste tot hetzelfde maken’ of ‘twee dingen onder één begrip brengen’ (idem = gelijk of identiek, en facere = maken).
Als tweede heeft het ook een spirituele betekenis, ‘vereenzelviging’ maar dan in de zin van ‘volkomen toegewijd zijn’.

Identificatie als innerlijke beperking

De eerste vorm van onze identificatie is de geestelijke/mentale activiteit die onze Ik koppelt aan Iets dat we denken of aannemen te zijn, maar dat we in werkelijkheid niet zijn. We koppelen ons Ik ben aan iets anders. En vervolgens denken we dat we dat zijn. Door te zeggen ‘ik ben dit of dat‘. Door die aanname worden we opeens een stuk begrensder. Ons Ik wordt opeens zo beperkt als dat waar we ons aan koppelen, als waar we ons mee identificeren.

Onbewust

Dit hebben we meestal niet in de gaten. We vinden het tot ons gewone taalgebruik horen om op die manier te zeggen hoe het er met ons voor staat. Prima, maar dit betekent niet dat we erin moeten gaan gelóven. Soms hebben we dit in gaten als iemand anders probeert ons zoiets wijs te maken; als iemand zegt: ‘ach joh, je bent dit of dat’. Dan nemen we dat niet zomaar aan en protesteren er misschien zelfs wel tegen. We voelen dat de ander ons wil beperken door die opmerking.
We identificeren ons met van alles; met vele ideeën over onszelf, met anderen en met dingen of situaties: met ons lichaam en gender, de kenmerken ervan en hoe dat ‘voelt’, met onze functie die we bekleden, met onze afkomst of status, met onze eigenaardigheden, met ons leed, met onze politieke voorkeur, met onze meningen, met onze nationaliteit, met helden en idolen, met ons spiritueel-zijn, met bezittingen, enzovoort. Er zijn zelfs mensen die echt pijn voelen bij een kras in de lak van hun auto!
We hebben het hier over mechanische – niet bewuste – identificatie. Onze niet-bewuste persoonlijkheid brengt het voort en ons ego houdt het graag in stand, want zij bestaat hieruit. Identificatie als deze kunnen allerlei gevoelens veroorzaken, ook een gevoel van geluk, maar het is altijd tijdelijk. Langdurige identificaties kunnen tot allerlei psychische ellende leiden. Onze identificaties betreffen meestal ons lichaam, onze geestesgesteldheid en onze functie (ons doen en laten).

Voorbeeld

Een heel simpel voorbeeld: ‘ik ben doodop’. Op dat moment voelt ons lichaam moe, of zelfs ook onze geest, maar dat hoeft niet te betekenen dat ik mijn gehele statuur moet begrenzen tot ‘doodop’. Als we ons moe voelen, zijn we nog steeds meer dan dat. We zijn wellicht te lang doorgegaan met iets, of hebben teveel van onszelf gevraagd. In ons gewone taalgebruik heel normaal om te zeggen, maar het is iets anders om hier niet tevens alert op te zijn, want het is een onware aanname. Feit is op dat moment alleen, dat ons lichaam en geest rust nodig hebben. De gedachte ‘ik ben doodop’ maakt ons twee keer zo moe, omdat deze identificatie zonder zelfreflectie ons moe maakt. Maar dan het kan voorkomen dat er plotseling iets gebeurt, iets dat onze ervaring ‘verruimd’ en de identificatie doet verdwijnen. Bijvoorbeeld iemand vraagt ‘heb je zin om mee te gaan naar een feestje/voorstelling, of wat dan ook?’ Iets leuks en aantrekkelijks. En wég is de moeheid! We voelen weer energie! Maar er is wellicht ook een andere identificatie voor in de plaats gekomen, dit keer een ‘leuke’. Kortom: we waren dus niet doodop.
Sterke identificaties in de sociale wereld kunnen je energetisch leegzuigen. Dit doen we zelf en kunnen we niet afschuiven op anderen die we hiervan de oorzaak noemen, want anderen zijn altijd slechts aanleiding. Onze eigen identificatie inzien en hier zelf verantwoordelijkheid voor nemen, zodat we deze in een innerlijke vrede zien voor wat die waard is en onmiddellijk achterlaten, zorgt voor het behoud van onze energie. Al deze identificaties kunnen we eenvoudig opgeven en opdragen waardoor we er innerlijk van bevrijd raken.

Essentiële identificatie

De tweede vorm van onze identificatie is onze mogelijkheid ons volledig te verbinden met iets. Het is identificatie vanuit onze Essentie, ons diepste Zijn als individu. Ahankara is namelijk ons hechtings-instrument, zonder welke wij ons aan niets of niemand in verbondenheid kunnen hechten. Hieraan kunnen we zien hoe noodzakelijk deze mogelijkheid tot identificeren is: zonder hechting zou er bijvoorbeeld geen verbinding kunnen zijn tussen moeder en kind (v.v.), of tussen geliefden en dat zou rampzalig zijn. We hebben het dus over natuurlijke hechting. Natuurlijke hechting doet ons liefde ervaren, maar ook rouw, wanneer een geliefde ons ontvalt.

Op het eerste gezicht lijkt het of we ons identificeren met iets buiten ons. In essentiële identificatie met iets ‘buiten ons’ verbinden we ons aan iets in en door volledige toewijding. Dit komt puur uit het hart voort, vanuit onvoorwaardelijk liefhebben. We gaan er dan zó in op, dat de begrenzing tussen Ik en het andere wegvalt. In wezen worden we dan één met dat andere. Ons wezen wordt dan onvoorwaardelijk één met het wezen van het andere in ver-Eén-Zelviging. Dan blijkt dat dit andere niet wezenlijk als iets anders voelt, maar als iets van mijzelf en in feite niet wezenlijk van mijzelf verschilt. Er is een volledige versmelting met dat andere die de ervaring van eenheid met dat andere realiseert. We ervaren één Zelf. En dat kan dus met alles zijn, personen en dieren, processen, handelingen, doelstellingen, et cetera. Ook dit gaat vaak onbewust en wordt als liefde ervaren, maar verdiept enorm vanuit de staat van zelfherinnering, de wakkere en zelfreflectieve staat in Nu.

We hebben het hier over de werkelijke functie van Ahankara: essentiële identificatie, vanuit onze Essentie, die zo haar eigen statuur en natuur ervaart, echter zonder dat onze Essentie hieruit haar bestaan ontleent.

Bewust

Deze geestelijke staat van essentiële identificatie verdiept vanuit volledige tegenwoordigheid van geest: in een vol gewaarzijn en voelende aandacht van onszelf ‘met het andere’, en vanuit een niets-achterhoudende overgave aan onszelf ‘binnen dat andere’. Dit is wat we ‘de ultieme flow’ zouden mogen noemen. Hierbinnen is namelijk het Beste in onszelf handelend en creërend, én het neemt dat tevens waar. Dit mogen we best een goddelijke staat van geest noemen, want de Essentie van het Absolute is hierin werkzaam en zichtbaar. Doordat het door ons tevens wordt waargenomen in zelfherinnering, maakt het intens gelukkig!

Voorbeeld

Bijvoorbeeld: vereenzelviging met iets wezenlijks. We kunnen bijvoorbeeld één worden met het luisteren naar of spelen van een muziekstuk; of één worden met een voor ons zeer essentiële handeling of activiteit. Eén worden met je kind of partner. Of één worden met een Grootheid vanuit devotie. Al deze identificaties beperken ons niet maar verruimen ons en brengen ons bij onsZelf. Dan kan het zijn dat we ervaren dat hetgeen waar we ons mee identificeren, in essentie (van) onszelf ís! Zo kun je – om een voorbeeld te noemen – zó toegewijd zijn aan- en vereenzelvigd zijn met muziek dat je de muziek in je beleving wordt! Of, net zo waar, dat de muziek jóu wordt. De (schijnbare) tweeheid tussen ‘mij als musicus’ en ‘de muziek’ is dan opgelost, is er niet meer, en zou er ook nooit meer hoeven zijn, is dan de innerlijke beleving.

Voor iedereen

Is dit voor iedereen weggelegd? Jazeker! Niet alleen musici, maar ook andere kunstenaars, sporters, (stilte-)wandelaars, redenaars, wetenschappers, schrijvers, acteurs, zonaanbidders, mediterenden, coaches, én dus ook ieder ander in wat men het liefste doet, kunnen dit ervaren; en wel op het moment dat de één-wording met hetgeen waaraan we volledig toewijd zijn, zich voordoet. Bewust, met volle aandacht in zelfherinnering zijn, die voelende waarneming van onszelf in de situatie of handeling waarin we verkeren, is voorwaarde.
Kortom: we ervaren dan onsZelf in myriaden vormen. 🙂

God en mammon

Het spirituele begrip identificatie is helaas nog niet al te bekend als mentale stoorzender van vrijheid, vrede, verbinding en energie. Identificaties blokkeren innerlijke licht. Collectieve identificaties (door groepen mensen) blokkeren een verlichte samenleving. Als we naar één grote overeenkomst zoeken in wijze spirituele leerstellingen, dan vinden we dit: Neem je identificaties waar en zie wat die met je doen. Vele Ware wijzen (en moderne coaches) spreken hierover.
Een van de nare varianten van in onbewustheid gekoesterde identificaties is die van die met het eigen leed. Hierdoor ontstaat een ‘ik’ die in zekere mate van de aandacht van buitenwereld afhankelijk is om zich weer goed te gaan voelen. Veel zelfhulpmethodes die nu overal beschikbaar zijn, zijn dan ook in hoofdzaak gericht op het je ‘losweken’ van identificaties die voortkomen uit gedachtenpatronen en gevoels-aannames over de ‘werkelijkheid’. Deze zichzelf versterkende emo-mentale patronen zijn mogelijk weer voortgekomen uit opgelopen trauma.

Als we ons identificeren met ons eigen leed, kunnen we niet ontsnappen aan gevangenschap hierin en zal het zoeken naar oplossingen voor onze pijn middels het willen veranderen van uiterlijke omstandigheden nooit stoppen. Het levert eindeloos lijden op. Maar niet alleen dat, het kan meer ellende opleveren, omdat de oorzaak van het leed en de pijn dan ook op anderen wordt geprojecteerd.
Wie zich heeft geïdentificeerd met het eigen leed, voelt zich vaak diep ellendig. Er spelen dan héél veel sterke gevoelens op en mogelijk wordt er veel gewanhoopt en gehuild. Maar dit voelen lost niets op. Het leed wordt er niet minder door, want men gebruikt ons Gevoels-Centrum niet waarvoor het is bedoeld: als ontlastend en louterend. Waarlijk voelen, in helende zin, kan alleen ontstaan als er een afscheidsproces van de identificatie met eigen pijn en leed aanvangt die te vergelijken is met een rouwproces. Als eerste door met het Redelijk Centrum deze identificatie goed in de picture te krijgen. We zullen moeten snappen dat een dergelijke identificatie ons in gevangenschap heeft doen belanden. Dan begrijpen we vervolgens dat we van die identificatie definitief afscheid zullen moeten nemen. Dit kan door ‘m op te geven en op te dragen. Hieruit ontstaat mogelijk een heel ander diepgaand voelen, dat opschoont (loutert) en leed verwerkt.
Waar het voelen in geïdentificeerde toestand de de gehechtheid (en dus het leed) meestal versterkt, heeft het diepe voelen dat opkomt gedurende ‘het afscheid nemen’ van die gehechtheid een sterk leed oplossend effect. Dit voelen, dat we ervaren tijdens het interne proces van opgeven en opdragen ontstaat namelijk door volledige overgave en de diepe wens om van de identificatie met het eigen leed te worden bevrijd.
Het heeft niet veel zin om dit innerlijke proces vluchtig of ambivalent aan te gaan. Alles of niks. Er zal een échte wens moeten zijn ontstaan, vanuit ons Magnetisch Centrum, om uit de gevangenis van zo’n identificatie te komen. We kunnen in onszelf niet de god en de mammon tegelijk dienen.

© Michiel Koperdraat