Organen van de Geest

Ons geestelijk instrumentarium

Net als ons lichaam fysieke organen heeft, heeft onze geest een aantal vitale subtiele organen die het mogelijk maken om volledig te kunnen functioneren in onze menselijke manifestatie. Hier een overzicht van ons geestelijk instrumentarium zoals dit in de Vedische filosofie is benoemd, voorzien van een moderne interpretatie door Zelfkennis.nu.
Dit kan ons veel duidelijkheid verschaffen over onze perceptie van de wereld, over hoe we dingen ervaren. Zodra we dit instrumentarium goed begrijpen en de (helaas) vaak onzuivere werking in onbewustheid ervan onderkennen, zullen we meer in staat zijn met volle aandacht duurzaam in zelfherinnering te verblijven, waardoor alle onechtheid in ons (d.w.z. ons ego) zal kunnen oplossen door dit vredevol ‘achter te laten’.

We hebben allereerst vijf onmisbare geestelijke instrumenten die volledig bepalend zijn voor ons mens-zijn maar die in onze westerse wereld zelden worden genoemd of beschreven. Deze vijf geestelijke instrumenten maken de optimale werking van onze vijf zintuigen mogelijk. Onze vijf zintuigen zijn bij iedereen wel bekend. Elk van deze zintuigen heeft tevens een subtiele en veel minder bekende component. Die worden de subtiele zintuigen genoemd, maar worden in onze maatschappij maar zelden onderkend, of op een hoop gegooid als ‘zesde zintuig’. Hierdoor worden ze ook maar nauwelijks gebruikt. Gezamenlijk komen we zo op vijftien ‘organen’ van de geest waarvan we dagelijks gebruik kunnen maken en waarvan we de zuivere werking kunnen gaan ontwikkelen. Ze worden hieronder beschreven.

Hoe goed, zuiver of diepgaand deze geestelijke instrumenten in ons werkzaam zijn, is enerzijds afhankelijk van de mate waarin we wakker zijn, en anderzijds van onze aangeboren individuele essentie. Dit betekent dat de werking van deze instrumenten ook afhankelijk is van onze bij geboorte meegekregen capaciteiten. Die zijn namelijk niet voor ieder mens gelijk. In onze individuele essentie ligt bepaald wat onze mogelijkheden en beperkingen zijn in ons leven. Al onze talenten en handicaps dus, maar ook de ‘quotiënten’ die we in ons kunnen duiden waaronder: IQ (intelligentie quotiënt), EQ (emotioneel quotiënt), en SQ (sociaal quotiënt) en AQ (awareness / aanwezigheid / aandacht quotient). Niet ieder mens zal dus op dezelfde manier, of even zuiver en doeltreffend, het geestelijk instrumentarium ten volle kunnen gebruiken. Maar wie zijn instrumentarium goed onder observatie krijgt (middels de Waarnemer) zal verbaasd staan over wat het ons allemaal kan brengen, van welke innerlijke obstakels het ons allemaal kan verlossen en wat een rust ons dit brengt.

  • WAARNEMER
    Bewust neutraal gewaarzijn en besef van bestaan: de Waarnemer, met van hieruit de ‘Ik ben’– of ‘Ik besta’-beleving (Aham)
  • CITTA
    Vermogen om ervaringen en kennis op te slaan en te herinneren, waaronder ook fysieke informatie
  • AHANKARA
    Verbinding- en identificatie-instrument met van hieruit de ‘Ik ben iets’-beleving. Creëert natuurlijke en onnatuurlijke hechting (ego)
    (Aham kara: ik ben iets)
  • BUDDHI
    Onderscheidingsvermogen: maakt in hoogste instantie onderscheid tussen Waar en onwaar
    (Poort naar innerlijke Wijsheid)
  • MANAS
    Actieve werkgeest: het denken, de ‘mind’, associeert en combineert het gekende en onze ervaringen
  • GEHOOR

    Horen en luisteren

    Subtiel: zintuig van intuïtie | innerlijk horen, helderhorendheid

  • GEVOEL

    Voelen, tasten, gevoelens/emoties ervaren

    Subtiel: zintuig van empathie en socialiteit | aanvoelen, ons geweten, heldervoelendheid

  • ZICHT

    Zien en kijken

    Subtiel: zintuig van begrip | beschouwen, verbeelden, helderziendheid, remote viewing

  • SMAAK

    Proeven en smaken

    Subtiel: zintuig van esthetiek en gezondheid | aftasten, detectie van schoonheid en geneeskracht

  • REUK

    Ruiken 

    Subtiel: zintuig van logica | ‘neus hebben voor’, subtiel ruiken (onraad), detectie van consistentie

In totaal bestaat ons geestelijke instrumentarium uit vijftien organen van de geest. De vijf zintuigen hebben een fysieke én een subtiele component die dus apart worden geteld.

N.B. Van Citta moet gezegd worden dat het hier als instrument is opgevoerd, maar dat dit ook kan worden gezien als een interactie-veld of kanaal waarmee onze geest en lichaam in verbinding staan met het Akasha Veld. Het opslaan en ophalen van informatie, indrukken en ervaringen (gedurende dag en nacht), ofwel onze geheugenfunctie en het vermogen te regenereren, zouden we geestelijke acties kunnen noemen, waarvoor we een instrument gebruiken. Vanuit deze constatering is Citta door Zelfkennis.nu hier als vijftiende instrument geduid.

Verder moet hier worden vermeld dat de oorspronkelijke beschrijvingen die van Citta te vinden zijn, te beperkt zijn in de optiek van Zelfkennis.nu. Daarom zal de beschrijving ervan op deze pagina sterk kunnen verschillen van andere beschrijvingen. Hetzelfde geldt voor de beschrijving van Ahankara.

Waarnemer: bewustzijn / gewaarzijn van bestaan

Elk mens heeft een individuele ziel – Atman of Jivatman – als reflectie van de Universele Ziel (Paramatman). Ons bewustzijn, ofwel ons gewaarzijn en gevoel van bestaan, ons Waarnemen, is reflectief. Elk levend wezen heeft een gevoel van bestaan. In hoeverre het gewaarzijn van bestaan in reflectie kan worden ervaren is afhankelijk van de geestelijke mogelijkheden waarover een levend wezen beschikt (middels de Centra, waarvan de mate voor elk wezen causaal vastligt).

Bij de mens heeft de Waarnemer een onmiddellijke uitwerking die we al vanaf kindertijd steeds duidelijker reflectief ervaren: de ervaring, in gevoel en kennis, van ‘ik ben’. Dit wordt in de Vedische filosofie Aham genoemd. Aham is de ervaring van ‘ik ben’ ofwel ‘ik besta’ doordat we dit door bewustzijn reflectief kunnen waarnemen. Volledig bewust waarnemen kan alleen als we wakker zijn. We ervaren het als een soort getuige van alles wat zich in en ons afspeelt. Een niet geïdentificeerde en neutrale helikopterview op ons denken, voelen en handelen. Zonder wakkere Waarnemer zijn we in (wakende) slaap waardoor alle andere instrumenten beperkt worden in hun (zuivere) werking met alle gevolgen van dien. Met het Waarnemen in stilte en openheid krijgen al onze geestelijke instrumenten een zuivere werking, we merken veel meer op en onze zintuigen werken optimaal. Het is belangrijk te beseffen dat deze Waarnemer nooit en nergens ‘iets van vindt’. Het is als puur bewustzijn een volkomen neutrale getuige.

De Waarnemer is, door zijn Aard, het non-duale en dus volstrekt neutrale aspect in onze geest: Zuiver Gewaarzijn zonder méér. Het zelfreflectieve aspect van/in onze geest is dan ook ons hoogste geestelijke orgaan dat ons als mens gegeven is. Omdat onze geest zelfreflectief is, ‘spiegelt’ dit terug en ervaren we het als ‘van ons’, terwijl dit het niet is. Er is maar één Waarnemer in alle levensvormen. Het Bewustzijn, in ons dus ervaren als neutrale Waarnemer, is in alle levensvormen gelijk, al ervaren we die als ‘individueel en van mij’.
Dankzij de zelfreflectie die de menselijke geest gegeven is, dit ‘spiegelen’ dus, is het Oog van Bewustzijn in staat ZichZelf te zien. En dat is zeker bijzonder te noemen.

De werking van alle andere ‘organen’ van onze geest (en van de Centra) zijn individueel bepaald en bepalen op hun beurt – door onjuiste of goede werking hiervan – de mate waarin de Waarnemer in ons zelfreflectief kan worden ervaren, en dus ook tot welke mate van bewustzijn we in staat zijn.

Citta: ons vermogen ons te herinneren en te regenereren

Je zou Citta kunnen zien als onze mogelijkheid ons te verbinden, als kanaal of als instrument, met ons causale ‘privé-domein’ in het Veld van Akasha  (ook wel nulpunt-energieveld of kwantum-vacuüm genoemd). Akasha is de non-duale ‘blauwdruk’ die vóóraf gaat aan elke manifestatie die in de schepping ontstaat (inclusief de ruimtetijd waarin dit alles plaatsvindt).
In dit Akasha Veld is alles van onszelf (en van álle wezens en objecten) in causaliteit (oorzakelijkheid) opgeslagen. Alles van ons fysieke lichaam (lijf en leden) en alles van ons subtiele lichaam (geest) is van hieruit bepaald en wordt van hieruit als het ware in stand gehouden en geregeld. Alles wat ons tot individu maakt, blijft dankzij Citta in stand: al onze individuele eigenschappen kunnen zo worden behouden, zoals fysiek: vorm, gender, lichaamseigenschappen, enzovoort; en subtiel: al onze talenten, vermogens of beperkingen, onze indrukken en herinneringen, en onze kennis en culturele verworvenheden.

Een onnoemelijk aantal eigenschappen liggen in Akasha verankerd als causale blauwdruk van ‘mij als individu’ en Citta, als kanaal of instrument, maakt elk behoud en elke regeneratie en update van ‘mij als individu’ mogelijk. Noodzakelijk, omdat wij als manifestatie in tijd bestaan. Een voorbeeld: behoud en correctie van DNA, lichamelijke wonden helen correct, korte en lange termijn-herinneringen zijn beschikbaar, we zijn morgen ook weer dezelfde ‘ik als persoon’ in de uitgebreide zin van het woord. Maar ook de informatie van het proces van ons fysieke en geestelijke verval, het ouder worden dus, krijgen we tot ons middels Citta, vanuit het allesdoordringende Akasha Veld.

Veelal wordt gedacht dat Citta slechts ons vermogen tot herinneren realiseert, maar dit is veel te beperkt, al is het al veel beter dan het onzinnig wetenschappelijke uitgangspunt dat ons brein het geheugen zou bevatten. Ons individuele geheugen is overal aanwezig in ons systeem, niet alleen in onze geest (in de subtiele wereld), maar ook in onze cellen (in de fysieke wereld) omdat Akasha alles doordringt. Zonder Citta is er geen ontstaan, noch groei, evolutie, vormbehoud en verval van levende wezens mogelijk. Dit alles is in het Akasha Veld met betrekking tot onze ontwikkeling als informatie vastgelegd.

Ahankara: hechting en identificatie

Ahankara is ons hechting- en identificatie-instrument. Het verbindt ‘ik ben’ (Aham) met iets ‘buiten onszelf’ (kara). Zo verschaft het door natuurlijke hechting verbindingen en een zekere identiteit.
Dit is een belangrijk instrument, omdat het ons als mens in staat stelt een persoon en individu te zijn in de wereld waarin we leven en ons verhouden met anderen. Het is het reflectief herkennen van ‘dit ben ik als ….’ (vul maar in). In het algemeen zouden kunnen we zeggen: “ik ben iemand” of “ik ben iets”. Het is ons verbindingsinstrument, het instrument van zuivere hechting dat ons liefde doet ervaren.

Het is heel natuurlijk om ons te identificeren met dingen. Het stelt ons in staat om interactief in elke omgeving en in elke handeling ‘er te zijn’. Het maakt, in optima forma, dat we één kunnen worden met hetgeen we ervaren als niet-ik. Het doet ons verbindingen en verbondenheid ervaren. Het is het instrument waardoor verbinding wordt gevoeld met anderen; waardoor bijvoorbeeld een moeder zich met haar kind verbindt en andersom: een natuurlijke hechting. Zonder Ahankara zou de wereld koud en onpersoonlijk zijn. We zouden geen enkele verbinding met wat dan ook kunnen ervaren en dus ook geen liefde. Het doet ons ‘zorgen voor’. Ahankara maakt ons tot individu (wat letterlijk onverdeeld betekent).

Als Ahankara onzuiver werkt, d.w.z. in onbewustheid, ontstaan automatische identificaties die zich tegen de wereld kunnen keren en in zekere zin ook tegen onszelf. Zo ontstaat op elk vlak een zogenaamde monkey-trap.
Automatische en in onbewustheid optredende identificaties ontstaan gedurende ons leven met: naam, functie en beroep, sekse, familie, klasse, culturele achtergrond, ras, status en macht, bezit en geld, sport(prestaties) en met mentale, emotionele en fysieke gesteldheden. Deze hechtingen zijn niet altijd gezond. Hier dienen we zicht op te krijgen, want ze kunnen ons zeer gaan beperken. Ze maken gemakkelijk iets anders opponent aan ons, althans in onze beleving, omdat ze botsen met identificaties van anderen waardoor strijd ontstaat en vrede het haasje is.

Ahankara maakt dat we alles in verbinding kunnen beleven. Het instrument werkt perfect en verbindend als we bewust zijn, maar in een minder wakkere staat wordt zijn werking beperkend en zorgt dan voor het tegendeel: afgescheidenheid en veroordelingen, naar anderen maar ook in onszelf, doordat onbewuste identificaties onze Buddhi, ons hoogste onderscheidingsvermogen, verduisteren.
Ons menselijke reflectieve bewustzijn, de Waarnemer in ons, maakt dat we ongewenste mechanische identificatie kunnen waarnemen en oplossen, omdat ze dan niet langer in onbewustheid (automatisch) kunnen bestaan. Door onbewuste (lees ongewenste) identificatie ontstaat namelijk ons ego. Ons ego is iets anders dan onze persoonlijkheid. Van het ego kunnen we af, van onze persoonlijkheid niet. Ons ego is in onbewustheid gevormd en bestaat uit vele zinloze identificaties en hechtingen die vele ‘ikjes’ doen ontstaan, die elkaar afwisselen zonder dat we er erg in hebben,. Onze persoonlijkheid is gevormd door wat we hebben geleerd en verworven hebben in ons leven. Mechanische identificaties en hechtingen zijn de enige oorzaak van het bestaan van ons zelfbeeld, ons ego. Het veroorzaakt vaak strijd. Ahankara veroorzaakt dit als het in onbewustheid z’n werking heeft zonder toezicht van de Waarnemer en de hierdoor geactiveerde zuiver werkende Buddhi.

Buddhi: ons hoogste onderscheidingsvermogen.

Door onze verbinding met het Akasha Veld, waarin al onze eigenschappen en herinneringen liggen vastgelegd, kunnen we dankzij Buddhi alles wat voor ons ligt van elkaar onderscheiden. Doordat we als gemanifesteerd individu in dualiteit bestaan is alles wat ‘buiten’ ons bestaat in onze ervaring verschillend van elkaar, duaal, niet-hetzelfde, en al die dingen kunnen we van elkaar onderscheiden middels ons Buddhi-instrument.

Maar Buddhi kan veel meer dan bijvoorbeeld spijkers van schroeven onderscheiden. Op het hoogste level, op geestelijk vlak (mentaal én emotioneel) en dus op het vlak van innerlijke ontwikkeling, onderscheidt Buddhi in essentie Waar van onwaar en werkelijk van onwerkelijk. Buddhi onderscheidt Eeuwig achter het tijdelijke en Eenheid in alle verscheidenheid. Daarom wordt Buddhi ook wel de Poort naar wijsheid en bevrijding genoemd.

Buddhi heeft, zouden we kunnen zeggen, een intellectuele en een emotionele component. Deze staan in oorzakelijk verband met de subtiele zintuigen van Zien en Voelen. Het is de basis waaruit onze intuïtie en ons geweten werken.
De intellectuele component zuivert de Rede (met een zuiver werkend Redelijk Centrum als gevolg) en zorgt dus voor ‘mentale hygiëne’ in ons dagelijks leven. De emotionele component – met een zuiver en krachtig werkend Geweten – zuivert Gevoel (met een zuiver werkend Gevoel-Centrum als gevolg) en dus voor ‘emotionele hygiëne’ in ons dagelijks leven.

Echter, als we in onbewustheid / wakende slaap verkeren, werkt dit instrument niet (of volkomen verkeerd) doordat het wordt ingezet door onze geïdentificeerde en dus afgescheiden persoonlijkheid (wat men tegenwoordig het ego noemt) die niet ‘hygiënisch’ waarneemt. Dan vervalt het schone be-oordelen in een onzuiver ver-oordelen en vergroot het ons gevoel van afgescheidenheid en onvrede. Eigenlijk spreken we dan beter van het onvermogen Buddhi te bereiken, en dus van de onmogelijkheid wijsheid binnen te laten stromen. Een metafoor hiervoor is ‘bloedmaan’.

We zien, voelen en duiden met onze Buddhi dus in hoogste instantie Waarheid. Het is het instrument dat ons naar wijsheid leidt, via de weg van zelfkennis.

Alles wat we kunnen onderscheiden, wordt als het ware bijeen gesprokkeld door ons associatieve instrument: Manas.

Manas: onze dagelijkse werkgeest

Zonder Manas zouden we niets (maar dan ook niets!) kunnen uitrichten in het leven. Want Manas is de actieve geest in ons, de creatieve en functionele denker. Manas is het instrument dat associeert en uit (of middels) Citta ‘binnenhaalt’ wat van toepassing is, op elk moment, om te kunnen spreken en handelen in ons bestaan. Manas maak het mogelijk te kunnen ontdekken en creëren. Zonder Manas zouden we er slechter aan toe zijn dan in totale dementie.

Vooral dit instrument boet in onder het in onbewustheid en mechaniciteit functioneren van Ahankara. Omdat Manas altijd actief is en associeert n.a.v. impulsen en omstandigheden, zal het ook foutieve identificaties versterken en aanjagen. Manas werkt perfect in een stille wakkere geest die zich gewaar is van zichzelf, die in zelfherinnering / zelfbewustzijn is, maar wordt een ongeleid projectiel – een mechanisch reagerend instrument – als er onrust, beweging en chaos in ons hoofd en hart ontstaat, door identificaties die vrijelijk kunnen bestaan omdat ze niet worden waargenomen: identificaties en hechtingen die het ego doen ontstaan en die deze (onnatuurlijke) staat van een slapende / niet-wakkere geest in stand houden.

Vaak wordt, door de mechaniciteit waarin Manas komt te verkeren, ons denken geduid als iets dat ongewenst is (vooral binnen het spirituele wereldje), omdat als we in onbewustheid denken, het onze aandacht meestal uit Nu houdt. Dan verkeren we in onophoudelijke cirkelende gedachtelijnen, herhalingen van redeneringen en ander mechanisch en rust-verdrijvend innerlijk lawaai. Maar deze diskwalificatie is geheel onterecht, zeker als we ons realiseren dat nou bij uitstek het denken het instrument is dat ons tot mens maakt. Er zijn op aarde geen andere wezens die zo functioneel en creatief denken als de mens. Functioneel denken, met onze volledige aandacht in zelfherinnering, is een van onze mooiste geestelijke mogelijkheden. Maar ook onze taal en taalvaardigheid behoort hier toe. Elke innovatie, op elk terrein ooit gedaan, elk gedicht en elke compositie ontstaat in ons dankzij Manas. Maar ook het boodschappenbriefje voor de buurtsuper.

Ons doel is simpel: wakker zijn! Dan zullen de Waarnemer, Ahankara, Buddhi en Manas in één lijn komen te liggen, elkaar versterken, zuiver werken en een enorme wijsheid in onszelf ontbloten / vrijmaken. Dan worden we ons gewaar van onze ware geestelijke potentie.

De subtiele zintuigen

We ontvangen werkelijk álles middels onze zintuigen. Daarvan hebben we er vijf in fysieke zin en vijf in subtiele zin. Zonder fysieke zintuigen kan een mens niets en hij zou ook geen dag kunnen leven na de geboorte. We zijn er als menselijke manifestatie van het Absolute volkomen afhankelijk van om te kunnen bestaan, te kunnen leren, te kunnen doen en te kunnen ervaren.
De combinatie van onze zintuigen is een goddelijke! Het elkaar aanvullen en overlappen van horen, voelen, zien, proeven en ruiken is onnoemelijk bijzonder. Vele vormen van fijnstoffelijke trillingen en natuurlijke (en natuurkundige) frequenties worden hiermee opgevangen en door onze geest ervaren, geselecteerd, geïnterpreteerd, begrepen en emotioneel-mentaal verwerkt. Een magnifiek systeem in onze geest dat zijn weerga niet kent in de ons bekende wereld.

Ook ontvangen we veel informatie met onze vijf subtiele zintuigen. Men spreekt in de volksmond vaak van ‘het zesde zintuig’, maar daarmee doen we deze subtiele zintuigen zeer tekort, want zo blijft dit ‘zesde zintuig’ als bulkterm vaag en niet gedefinieerd en wordt het gezien als een soort ‘bron van intuïtie’. Het is inderdaad zo dat we intuïtief dingen opmerken, aanvoelen of begrijpen en dat dit verder gaat dan dat we dingen met onze gewone zintuigen kunnen waarnemen. Maar de subtiele zintuigen kunnen méér dan dingen intuïtief opmerken of aanvoelen. Subtiel wil zeggen dat waarneming zich puur op geestelijk gebied afspeelt, in de ‘geestelijke ruimte’, niet in de materiële ruimte en reikt tot in de causale wereld.

Elk subtiele zintuig brengt ons z’n eigen unieke informatie, waardoor het ontvangen van deze informatie die van de gewone zintuigen zeer kan verdiepen. De subtiele zintuigen hebben ook een zekere overlapping, waardoor ze gezamenlijk een enorme invloed kunnen hebben op onze perceptie van onszelf en wereld om ons heen.
Elke mens heeft de beschikking over subtiele zintuigen, al is de mate waarin niet bij ieder mens gelijk. Het is in onze geïndividueerde essentie vastgelegd hoeveel we er van nature van kunnen gebruiken. We worden dus met een bepaalde capaciteit van subtiel waarnemen geboren. Als we dit zouden vergelijken met een ‘antenne’ dan krijgt de ene bij geboorte een ‘sprietje’, de ander een ‘schotelantenne’, en alles daartussenin. En die ‘antennes’ zijn op bepaalde frequenties afgesteld, op subtiel beeld, geluid, tast, smaak of reuk, en niet allen in dezelfde mate.

De huidige wetenschap heeft (af)geleerd om op deze manier te kijken naar hoog-ontvankelijkheid en ziet de waarde ervan niet. Net zoals dat de wetenschap de ziel ontkent, maar er tevens geen wetenschapper te vinden is die van zichzelf zal zeggen dat ie zielloos is, ontkent het grootste deel van de westerse wetenschap de vijf subtiele zintuigen, terwijl er tevens geen wetenschapper te vinden die van zichzelf zal zeggen dat hij nooit iets voorvoeld, voorzien, opgepikt of aangevoeld heeft, waar de gewone zintuigen niet voor verantwoordelijk konden zijn. De huidige wetenschap is vrijwel doof-stom-en-blind voor deze fabelachtige set subtiele zintuigen, waarvan er dus in elk mens wel een of enkele werkzaam zijn, al is het nog maar zo minimaal. Sommigen mensen kunnen onraad ruiken, maar anderen kunnen op afstand een ziekte in iemand detecteren of ‘nog veel meer’.

We kunnen gaan ontdekken welke subtiele zintuigen in ons werkzaam zijn, of we een ‘sprietje’ of ‘schotel’ hebben meegekregen, en we kunnen gaan ontdekken hoe we deze subtiele zintuigen beter kunnen laten spreken. Dat een stille en gezuiverde geest hierbij van belang is, is evident.

© Michiel Koperdraat