Over statuur, status en collectieve identificatie

Verwarring op grote schaal

Dat grote groepen westerse mensen in collectieve verwarring zijn, is goed te zien aan hoe men zich overgeeft aan mentale bewustzijn-vernauwers als trends, hausses, games en andere aandacht-opeisers zoals smartphones, werk, media, politieke of religieuze opvattingen en verslavingen. Dit alles houdt vele collectieve identificaties in stand. Ook in de meer spirituele werelden (van oost en west) is dit goed waarneembaar.

Identificaties blokkeren innerlijke licht. Groepsidentificaties blokkeren een verlichte samenleving. Men hecht zich collectief aan dingen die individuele innerlijke ontwikkeling beperken waaronder ideeën, overtuigingen, geloven en allerlei -ismen. Omdat men zich collectief aan het ene hecht, wordt waar anderen zich collectief aan hechten opponent. Tweeheid is geboren en de essentiële en natuurlijke ervaring van eenheid verdwijnt uit de samenleving. Hieruit ontstaat dan gemakkelijk strijd als geloofsovertuigingen met elkaar botsen.

In het dagelijks leven hebben we al vrij makkelijk een niet opgemerkte groepsidentificatie te pakken: een idealisme, een politieke stroming, een religieuze overtuiging of een aantrekkelijke trend. In meer spirituele kringen hecht men zich bijvoorbeeld collectief aan breed gedragen ‘ware’ uitgangspunten, die vaak al eeuwen geleden zijn opgetekend en niet altijd in kennend bewustzijn werden overgeleverd, waardoor de essentie ervan hopeloos verloren is geraakt. Verder zijn er nieuwe paradigma’s ontstaan, die uit moderne spirituele verbeeldingskracht zijn ontsproten, die collectief worden omarmd, en die in feite tijdelijke spirituele trends vertegenwoordigen.

Statuur, of status en hiërarchie

We hechten ons als persoon niet alleen aan bezit en aan ideeën en overtuigingen, maar ook aan status. Individueel hechten we ons aan vele behoeften: de behoefte aan respect, aan gezien en gehoord worden, aan positie, aan onze ‘naam’, die allen met status van doen hebben. In feite hebben we een sterke behoefte aan aandacht voor wie we zouden zijn. Aandacht voor onze persoon, voor wat we doen en voor wat we hierin zouden betekenen. Een goede vraag die we onszelf zouden kunnen stellen is dan ook: ‘wie denk ik wel dat ik ben?’

Als iemand in een bepaald vakgebied als specialist wordt gezien, krijgt hij bij vakgenoten een zekere statuur. In elke organisatie is bij mensen sprake van statuur. Zodra iemand wordt beoordeeld met een hoge statuur, heeft hij in dat gebied autoriteit. Vanuit deze positie kan veel ervaring en kennisoverdracht plaatsvinden, waardoor inzichten in dat gebied zich kunnen verdiepen en ontwikkelen. Het is heel natuurlijk. Velen kunnen hiervan op een goede manier profiteren. Als iemand in de religieuze of spirituele wereld als wijs of gerealiseerd wordt gezien, dus als wijze, leraar of goeroe, heeft hij een statuur die door volgelingen wordt gewaardeerd, en waardoor hij wordt gezien als autoriteit. Dat hier op zich niets mis mee is, is evident.

We hebben als mens echter de neiging om ons te hechten aan maatschappelijke, religieuze of spirituele uitgangspunten. Het komt voort uit een natuurlijk verlangen naar onderlinge verbinding, vanuit onze essentie, maar wordt in onbewustheid gekaapt door het zich altijd identificerende ego.
Vanuit deze collectieve identificaties wordt iemands statuur, bijvoorbeeld die van een leider, tot een hem toegedichte status. En dat is heel iets anders, want vanuit collectief geloof in status ontstaat hiërarchisch denken en daarmee vrijwel altijd een autoritaire structuur. Dit is een ernstige identificatie-valkuil voor grote groepen mensen, die een sterke beperkende werking heeft op mentale en emotionele helderheid en op individuele innerlijke vrijheid.

Als de persoon, die door anderen hoge status krijgt toegedicht, niet werkelijk innerlijk vrij is, kan deze connotatie ook voor hemzelf een (aantrekkelijke) identificatie-valkuil worden. Hierdoor kan in hem de mind-set ontstaan dat hij boven anderen zou zijn verheven, dat hiërarchie logisch en wenselijk is, en dat er verschil van waarde bestaat tussen mensen. Zijn persoonlijkheid, met statuur en autoriteit, wordt dan tot een autoritaire persoon met status, wat iets totaal anders is.
In de hiërarchische structuren die hieruit vrijwel onmiddellijk ontstaan, ontwikkelen zich op elk niveau dan allerlei op status gerichte autoritaire persoonlijkheden, die van ‘boven’ ontvangen of aanvaarden, en naar ‘beneden’ bevelen of afwijzen. Gechargeerd kunnen we dit ‘likken naar boven en trappen naar beneden’ noemen. Alleen waarlijk innerlijk ontwikkelde mensen kunnen in hiërarchische structuren volledig vrij blijven, niet-geïdentificeerd functioneren, en in feite daarin nog slechts doen wat nodig is, ongeacht wat men ervan vindt.

Hoe heilig is heilig?

In religieuze en spirituele organisaties kennen we de titel ‘heilig’. Heilig staat in essentie voor ‘Heel’. We zouden er van uit kunnen gaan dat iemand die heilig is verklaard zich heeft gerealiseerd en een Waar mens is geworden: een mens die innerlijke dualiteit heeft overwonnen door alle hechtingen die afgescheidenheid veroorzaken achter te laten en een duurzaam onthechte staat van geest heeft gerealiseerd. Een mens met de grootste statuur die mogelijk is en die in waarheid en verbondenheid leeft, want bewuste verbondenheid is iets anders dan gehechtheid.

Voor mensen met een hoge ontwikkeling, worden titels en benamingen bedacht. Zo worden titels als paus, bisschop, rabbijn, imam e.d. toegekend aan personen binnen religieuze stromingen. In de spirituele wereld kennen we titels als boeddha, lama, maharishi, bhagwan en nog vele andere. Het geeft een statuur aan, verkregen door langdurige innerlijke Zelf-studie. Maar tegenwoordig geeft het ook vaak slechts status aan, en dan is die titel geen garantie voor innerlijke wijsheid, betrouwbaarheid of autoriteit. Want dit soort titels doen een flink beroep op het statusgevoelige ego in mensen: bij de volgelingen die graag status toedichten, maar mogelijk ook bij hen die graag status krijgen toegekend.

Een dergelijke titel toegekend krijgen is niet verkeerd als er maar geen hechting aan ontstaat. Als men zichzelf een titel toekent, wat ook vaak gebeurt, is dit volkomen zinloos omdat dit nu juist vanuit een identificatie met status ontstaat en vanuit de wens om gezien te worden als iemand met statuur. Het komt voort uit de drang om een zekere positie te verwerven.
Status, en in feite ook statuur, zijn in essentie illusoir. Alleen de innerlijke helderheid en heelheid in een mens zijn van belang en kan worden onderscheiden van innerlijke onhelderheid en verdeeldheid. Alleen een helder iemand kan de innerlijke staat van anderen zien en niet andersom. Een onhelder en innerlijk verdeeld mens kan geen statuur inschatten en dus zal hij status gaan toekennen aan personen die hij hoogacht.

Het toekennen van status aan leiders kan onder niet-autonome mensen leiden tot blinde gehoorzaamheid en verering, en tot het geloven in een verkeerd (laag of hoog) zelfbeeld. Het leidt bovendien tot het in stand houden van eerder genoemde collectieve identificatie, wat in religies toch het meest herkenbaar is. In feite is er geen verschil tussen de massa-identificaties op religieus/spiritueel en die op politiek/maatschappelijk gebied.
De status van kerkvaders met hun hieruit voortkomende invloed, en de maatschappelijke ellende die hier door de eeuwen heen uit voortkwam, is huiveringwekkend te noemen. Het menselijk lijden en de onderdrukking die dit met zich meebracht is evident. Maar ook de status die aan politieke leiders wordt toegedicht, kan tot verschrikkingen leiden, zoals het nazisme en communisme ons hebben getoond. Allen houden ongelijkheid en hiërarchie – soms tot in het extreme – in stand.

De collectieve spiritueel-religieuze identificatie in India behoort tot de oudste die wij kennen. Deze houdt ook een maatschappelijke mis-daad (daad vanuit onwetendheid) in stand in de vorm van het kastenstelsel, waardoor een enorm arm-rijk-verschil wordt gehandhaafd. Het kastenstelsel bestaat volledig uit status-illusies ten behoeve van welgestelden, precies zoals racisme dat bijvoorbeeld deed in het Amerika van voor de burgeroorlog. Heel erg handig is dan ook het ‘reïncarnatie: de-mens-moet-in-zijn-vele-levens-leren-uitgangspunt’, dat als rechtvaardiging voor deze maatschappelijke ongelijkheid nog steeds wordt ingezet om dit onrecht in stand te houden. Verder is de werkelijke betekenis van de aanbeden goden veelal verworden tot verering van materiële prullaria in de vorm van beeldjes en andere kleurrijke spirituele merchandising. Vele rituelen werden tot religie-machinaties (zoals rituele feesten of het baden in het open riool de Ganges).

Spiritueel realisme

Wie werkelijk heilig zou zijn, is zich van dit alles zeer zeker bewust en ziet dat Onvoorwaardelijke Liefde, wat tot de Essentie van het Absolute behoort (zo men ook in deze kringen verkondigt), niet strookt met de moedwillig in stand gehouden status quo, die grote groepen mensen in armoe en ellende houdt. Een werkelijk heilige bevindt zich niet geïsoleerd in een ashram of tempel, maar staat bijvoorbeeld op straat, zoals Jezus van Nazareth dit voordeed aan de wereld. Hij zal in ieder geval zijn ware kennis over eenheidsbeleving-verstorende massa-identificaties uitdragen, vanuit vidyâ, ofwel verworven Zelfkennis. Hij zal al zijn middelen, ook financiële, inzetten voor het welzijn van anderen. (Hij zal bijvoorbeeld geen 90 Rolls Royces voor zichzelf aanschaffen, maar eerder voor dezelfde prijs vele honderden landbouw-Toyota’s in Afrika laten inzetten om de watertekortproblemen te helpen oplossen. Want hij kent de universele wet: waar de een teveel heeft, heeft een ander te weinig.)
Voor een heilige of gerealiseerde mens geldt in ieder geval het volgende: hij/zij heeft een bewust en zeer ‘schoon’ werkend geestelijke instrumentarium, en zijn/haar Redelijk- en Gevoel-Centrum zijn optimaal ontwikkeld.

Veel erkende leermeesters zijn heilig verklaard. Maar als heilig verklaarde hoeft men toch niet per se de mensheid in bewustwording gediend (onderwezen) te hebben, al is dat vaak wel het geval. Er zijn dus echter ook vele zeer discutabele heilig-verklaarden.
Daarnaast kan men als niet-heilige ook wel degelijk vele mensen hierin dienen (onderwijzen). Heiligheid doet er dus in wezen niet toe. Het is status, en in het beste geval statuur.
Expressie (handelen) in woord en daad van het Goede, vanuit het Ware, dát doet er feitelijk slechts toe. Dat toont ware statuur!

Eigenlijk kunnen al deze titels (of ze nou door anderen of door zichzelf zijn toegekend) zand in de ogen worden van hen die bewust willen worden. Soms schrik je je een hoedje als je ziet hoe mensen hun autonome kracht verliezen, zichzelf staan te generen en staan te schutteren, bijvoorbeeld gedurende het stellen van vragen aan een meester in een satsang. Je ziet angst in ogen en houding, terwijl men buiten die satsang (in toepasselijke kleding) toch nog wel tevreden was over de eigen spirituele vooruitgang en het hieruit inmiddels al ontspruitende status-gevoel. Bij de antwoorden die de meester geeft, horen we dan veel gelach en bijval van hen ‘die het al wel begrijpen’ en die zichzelf hiermee even een wat hogere status toedichten dan die van de vragensteller. En men lacht natuurlijk ook om de meester te behagen.

Elke verering van een status of titel is dan ook een krachtige identificatieblokkade in Waarheidvinding. In wezen heeft ieder mens de goddelijke statuur, mits bevrijd van elk hiërarchisch denken en voelen.

© Michiel Koperdraat