Winnen of verliezen

Krijttekening: Peter DonkerslootNederland had een voetbalfilosoof: Johan Cruijff, mijns inziens ’s werelds meest innovatieve voetballer aller tijden met een waanzinnige techniek. Ik groeide op, op een paar honderd meter afstand van Cruijffs huis. Hij zei soms dingen die weinig mensen konden volgen, maar waarin anderen, waaronder ik, diepere voetbalwijsheden hoorden. Ik heb Cruijff nooit op iets onzinnigs kunnen betrappen.

Een aantal van zijn uitspraken werd legendarisch en iedereen gebruikt ze inmiddels. Een sterke uitspraak (over het Italiaanse voetbalsysteem) van hem is: “Ze kunnen niet van je winnen, maar je kunt wel van ze verliezen.” Dit leek velen een onzinnige uitspraak, maar eenmaal begrepen, wordt het glashelder. Want ook dit is iets “wat je pas gaat zien als je het door krijgt”. In Cruijffs optiek gaat het hier om het feit dat je als elftal in het Nu van de strijd je eigen superieure opzet, tactiek en strategie van het totaalvoetbal verlaat door je te laten ‘piepelen’ door de tegenstander, die puur (in harde verdediging) ‘catenaccio’ speelt. Geïntimideerd, door bijvoorbeeld hard spel, of door snel op achterstand te komen (met als gevolg elftal-verwarring) maakt dat men kan gaan verliezen, terwijl dat helemaal niet nodig is als de vooraf tactisch/strategisch en technisch afgesproken en ingestudeerde vaardigheden worden nagekomen.

Cruijffs uitspraak “men kan niet van je winnen, maar je kunt wel van ze verliezen” krijgt hier nu een spirituele benadering. We kunnen namelijk ‘verliezen’ in situaties waarin we komen te verkeren, doordat we de afspraken die we met onszelf maakten niet nakomen doordat we worden ‘gepiepeld’. En doordát we die afspraken met onszelf niet nakomen, kan dit ten koste gaan van het behoud van onze integriteit. Verlies van integriteit, en van hieruit verlies van standvastigheid en ‘inner power’, maakt dat we in die situaties feitelijk van onszélf verliezen en dit niet in de gaten hebben en dus lijkt het of we door de ander verliezen, precies zoals Cruijff dit binnen voetbal bedoelde.

Denk wat je Weet, zeg wat je denkt, doe wat je zegt en weet wat je doet.

In het kort komt het erop neer dat je als spiritueel ingesteld mens, gericht op waarheid en zelfrealisatie, niet ‘overwonnen’ kunt worden door mensen die dit proces niet aangaan (die het niet interesseert of die zelfs denken dat je niet helemaal wijs bent). Je zult al wel gemerkt hebben dat men je in sommige gevallen een beetje glazig begint aan te kijken, of zelfs schuins, als je vertelt over het proces van innerlijke ontwikkeling dat je bent aangegaan. Men kan zich zelfs van je gaan afkeren.

Voor leven naar waarheid is het belangrijk om elke leugen in jezelf te ontmaskeren en liefdevol achter te laten. Een proces van jezelf realiseren door nooit meer niét te doen wat je Weet en voor altijd te laten wat je hiervan weerhoudt en waar je door allerlei conditioneringen tot was veroordeeld. Dit komt voort uit deze nieuwe regel die we ons steeds voor ogen moeten houden, het adagium in ons verdere leven: “Denk wat je Weet, zeg wat je denkt, doe wat je zegt en weet wat je doet”.

  • Als we vanuit ervaring werkelijke wijsheid hebben opgedaan, dan is het belangrijk om je gedachten te richten naar die wijsheid, dus om ’te denken naar wat je Weet’. Vaak genoeg denken we nog iets anders, gedachten vanuit eerder opgedane conditioneringen, of vanuit gevoelens die ons overvallen, of vanuit een laag of superieur zelfbeeld. Die dingen kunnen hardnekkig blijven opkomen. Het enige wat we kunnen ‘doen’ op zo’n moment is het met een zo stil mogelijke geest terugkeren naar wat we werkelijk weten. En vervolgens kunnen we het voortgaan van automatisch opkomende emo-mentale (ego-)reuring ‘laten’.
  • Van hieruit spreken we vervolgens. We zeggen wat we denken, naar aanleiding van wat we werkelijk Weten. Vanuit opgedane wijsheid. We spreken dus niet langer vanuit een geconditioneerd en dus automatisch opkomend gedachtepatroon (of vanuit opportunisme), want ons spreken wordt nu geleid door wat we werkelijk Weten.
  • Dan volgt hieruit natuurlijk dat we doen wat we zeggen en niet meer iets anders. We zijn namelijk geneigd om automatisch dingen te doen omdat we het altijd zo deden. We zitten vol automatische acties en reacties. We moeten ons afvragen: is wat ik doe wel in lijn met wat ik denk en zeg? Doe ik wel echt wat ik zeg, of belazer ik (zonder het door te hebben) de kluit? Woorden en acties die niet met elkaar overeenkomen kunnen we bij andere mensen vaak goed waarnemen. We kunnen zien wanneer men iets anders doet dan dat men zegt, wanneer men niet praktiseert wat men preekt. Belangrijker is echter om dit in onszélf op te merken. Als we doen wat we zeggen, n.a.v. zuiver denken, is onze actie in lijn met wat we werkelijk Weten.
  • Als we doen wat we zeggen, zullen we ook moeten weten wat we doen. Dit wil zeggen dat we zelfreflectief toezien op onze handeling, want dit toezien gebeurt door onze Waarnemer, die middels Buddhi (ons hoogste onderscheidingsvermogen) zicht heeft op hetgeen we werkelijk hebben leren Weten.

Dit is de integriteitslijn die maakt dat je bij jouzelf blijft, integer, in Nu, onverschrokken, in welke situatie je ook komt te verkeren. Je kunt zeggen dat je dan in zekere zin niet te ‘overwinnen’ bent, omdat je je niet meer laat beïnvloeden door aannames, projecties, framing en andere psychologische tools en geaardheden die de menselijke geest (psyche) onhelder en verdeeld houden. Tools die ons ego zelf inzet, én die door anderen op jou worden ingezet.

Oppositie

Bij elke stap in deze integriteits-lijn kunnen we oppositie verwachten, want we leven in een duale wereld vol competitie.

  • De oppositie n.a.v. dat je denkt wat je Weet komt als eerste vanuit onze eigen mechaniciteit die vaak dwarsligt, want dit wordt aangestuurd door identificaties van ons ego naar aanleiding van ons zelfgecreëerde en geconditioneerde ‘verhaal’.
  • De oppositie n.a.v. dat je zegt wat je denkt komt vanuit de buitenwereld. Men is vaak niet gewend dat je gewoon zegt wat je denkt, omdat conventies dit verbieden. Zelfs als je correct en beleefd zegt wat je denkt (n.a.v. wat je Weet) wordt dit vaak als oppositie (of zelfs als aanval) ervaren door mensen die vanuit hun ego-verhaal leven en dus kun je tegenwerking verwachten.
  • Als je vervolgens doet wat je zegt kun je opnieuw oppositie en tegenwerking ervaren als je actie niet wordt begrepen of als die niet overeenkomt met wat een ander wil.
  • Weten wat je doet heeft naast de betekenis van het hebben van zelfreflectie op je actie ook deze: realiseer je steeds opnieuw dat jouw actie altijd effect heeft op anderen (soms gunstig, maar ook vaak ongunstig) zodat je tegenwerking kunt verwachten. Dit is heel normaal, want we leven in een door dualiteit gestuurde wereld waarin weinig mensen spiritueel bewustzijn hebben. Dus hebben we te maken met individuele of maatschappelijke reacties vanuit persoonlijke conditioneringen of collectieve identificaties. Vooral maatschappelijk ingestelde machinaties grijpen in deze tijd hard in op integer handelen naar waarheid.

We zullen helaas vaak merken dat deze prachtige lijn die onze integriteit waarborgt niet ‘vol te houden’ is. We willen het graag, maar het ‘lukt’ simpelweg niet. We denken namelijk nog vaak niet naar de wijsheid die we hebben opgedaan. We denken ándere dingen, meestal vanuit gewoonte, gevoelens, frustratie (of ijdelheid en trots), waarvan de wijsheid zegt dat deze gedachten niet langer leidend zouden mogen zijn. Maar ja… die gedachten kwamen gewoon weer op! Inderdaad, dat doen gedachten automatisch, want Manas is razendsnel met het aandragen van gedachten. We zeggen vanuit die gedachten dan ook dingen waarvan we achteraf weten ‘dat was niet echt wijs gesproken’. Het is dan ook waarschijnlijk dat ook de actie die we vanuit die gedachten ondernamen niet heel wijs was, wat erop neerkomt dat we eigenlijk niet wisten wat we aan het doen waren. We hadden er geen zelfreflectie op. Want weten wat je doet kan alleen in ons zelfreflectieve Nu. In zelfherinnering dus. We waren weer in ‘wakende slaap’ gekukeld en dus overkwam het ons.

Maar pas op: in zo’n situatie kan onze ‘innerlijke politieagent’ zijn kans grijpen: het ego-ikje dat onszelf graag corrigeert en op de stoel van de Waarnemer gaat zitten. Dan kan in ons de neiging ontstaan om ons beter voor te doen dan we zijn en dus worden we leugenachtig. Door ons in de wereld wakkerder voor te doen dat we zijn, of door onszelf te rechtvaardigen, ontstaat er in ons een nieuw fnuikend stukje ego: de spirituele ‘deugmens’. Die kunnen we beter maar zo snel mogelijk ontmaskeren en terug keren naar onze integriteitslijn, hoe lastig dit soms ook is. En ontsla vervolgens die ‘innerlijke politieagent’, want zelfreflectief wakker zijn is meer dan genoeg om ons op het juiste spoor te houden.

Omdat we niet echt wakker waren, konden we niet integer blijven ten aanzien van de meest wijze levens-uitgangspunten die we hebben geleerd en omarmd. We konden dan ook niet bij ons hoogste onderscheidingsvermogen (Buddhi), onze Poort naar innerlijke wijsheid, want Buddhi werkt alleen goed in het wakkere zelfreflectieve Nu. We waren niet in die mooie staat van zelfherinnering, waarin we ons eigen innerlijk én de situatie waarin we verkeren gelijktijdig voelend waarnemen en waarin ons interne en externe waarnemen integreert. We volgden weer onze gewoonte naar aanleiding van automatisch opkomende reflexen en gedachten. Da’s logisch (zou Cruijff zeggen), want onze prille manier van wijs in de wereld staan is nog niet ‘ingeslepen’ als een nieuw ‘spelsysteem’ en is dus kwetsbaar voor grove triggers van buitenaf. Je kunt het vergelijken met jonge in de kiem levenskrachtige plantjes die nog onder invloed staan van automatisch opkomende impulsen enerzijds, en anderzijds van buitenaf worden belaagd door harde weersomstandigheden of voeten die er achteloos op gaan staan. Dit is tijdelijk, want onze plant zal groeien, sterker worden, en zal uiteindelijk elke weersomstandigheid kunnen weerstaan. Dan zal men er zelfs graag onder gaan schuilen. Dit duurt gewoon enige tijd en is afhankelijk van hoe serieus we ons plantje doen groeien.

Verliezen is menselijk

Dus: “De slapende mens kan niet van je winnen, maar je kunt wel (steeds opnieuw) verliezen” is dus mijn meer spirituele benadering van Johan Cruijffs uitspraak. Hierop volgt dan gelijk zijn andere uitspraak “Als je niet kunt winnen, moet je zorgen dat je niet verliest”. We kunnen in situaties waarin we komen te verkeren dus eenvoudig ‘verliezen’, doordat we niet langer ons voorgenomen systeem spelen, waardoor we feitelijk van onszélf verliezen en dit niet in de gaten hebben. Als we onszelf verliezen in oude mechanismen en onze wijsheid vergeten die ons moreel en ethisch onoverwinnelijk houdt, dan verliezen we ook in de ‘buitenwereld’. Maar denkend wat we Weten, zeggend wat we denken, handelend naar ons spreken en wetend wat we doen, kan men niet van ons ‘winnen’, in de zin dat werkelijk niets ons zal kunnen deren. We herinneren ons dat het Zelf niet gedeerd kán worden. We herinneren ons dat de wereld in wezen één is en altijd strevend naar harmonie en symfonie, hoeveel oppositie we ook ervaren, hoezeer de mens zelf ook dwarsligt. We zwemmen integer en onverschrokken voor Waarheid in de golven van alle bestaans-reuring. In zekere zin leren we ‘over water lopen’, wat dan ook de werkelijke betekenis is van deze bijbelse gelijkenis.

“Maar eh… men kan mij toch ook de hersens inslaan?” zul je denken. Zeker, dat kan… en dan zul je mogelijk sterven (als die tijdelijke menselijke manifestatie van het Zelf), maar hopelijk dan in innerlijke eenheid, onverschrokkenheid en waarheid, en niet in de angst en wanhoop van een illusoire afgescheidenheid van het Zelf. In de Bhagavad Gita zegt De Dood: “Alleen wie in mij gelooft, dood ik keer op keer”. Alleen in onwetendheid over dit alles verliezen we keer op keer en sterven we duizend doden.

Klik hier voor een interview met Johan Cruijff

.
  • In ons als individu is integriteit de ‘uitvoerende instantie’ van normen, waarden, moraal en ethiek
  • Als vanuit onwetendheid (of hovaardigheid) deze ‘uitvoerende instantie’ van integriteit ontbreekt, kan men nog steeds delibereren over moraal en ethiek, maar dit heeft dan geen enkele ‘bodem’ en wordt tot een zinloze academische exercitie. Dit zien we in de politieke en academische wereld nu overal gebeuren.

Normen, waarden, moraal en ethiek verschillen per cultuur. Dus hierover delibereren en het samen eens worden zal alleen binnen onze eigen niche mogelijk zijn, dus binnen onze eigen cultuur. Andere culturen kunnen er namelijk een heel andere moraal en ethiek op nahouden en kunnen niet worden beoordeeld vanuit onze eigen moralistische en ethische opvattingen. Wat we als ethisch bepalen in onze cultuur kan als onethisch worden gezien in een andere cultuur en vice versa.

Uiteraard heeft integer zijn wortels in ons geweten, onze diepste (gevoels-)onderscheiding van wat waar en goed is, maar voornamelijk in de in dit artikel beschreven rechtstreekse lijn van denken, spreken en handelen, waarzonder integriteit niet mogelijk is.

Zeer vrij naar Johan Cruijff geformuleerd:

.

“Er zijn velen die kunnen zeggen dat iemand niet integer speelt, er zijn weinigen die kunnen zeggen waarom men niet integer speelt, en er zijn er slechts een paar die kunnen zeggen wat er moet gebeuren om integer te blijven spelen”

“Mensen laten zien wat ze kunnen, maar dan zien we ook gelijk wat ze niet kunnen, want dat laten ze niet zien”

“Als je het niet beter kon, heb je het uitstekend gedaan”

“Je kunt beter ten onder gaan in Wijsheid dan door de visie van een ander”

“Als ‘speler in een voetbalwedstrijd’ heb je gemiddeld maar drie minuten de bal en het belangrijkste is dus wat je in die zevenentachtig andere minuten doet. Dat bepaalt of je een goede speler bent of niet”

“In zekere zin zijn we onsterfelijk”

© Michiel Koperdraat