Als vissen in het water

Als je een vis zou kunnen vragen ‘weet je dat je in water leeft?’, zal ie niet begrijpen waar je het over hebt. Als een vis op ontdekkingstocht zou gaan, is mogelijk het laatste dat hij zal ontdekken het water waarin hij leeft. Als je die vis zou vragen ‘weet je wel dat je nat bent?’, dan zal ie je met onbegrip aanstaren. Een vis weet niets van water of nat worden, omdat het zijn leefomstandigheid is. Mogelijk dat meer intelligente zeezoogdieren zoals walvissen en dolfijnen (met mogelijk een enigszins zelf-reflectieve geest) wel weten dat ze in water leven omdat ze kunnen ervaren dat er meer is dan water alleen. Maar dan nog weten ze waarschijnlijk niet dat ze ‘nat’ zijn. Het begrip ‘nat’ kent alleen degene die water niet als leefomstandigheid heeft. Een mens weet dat zijn hand nat wordt zodra hij ‘m onder water houdt. Het water kleeft eraan. Een vis zou wel droogheid kunnen ervaren.

Wij mensen zijn als vissen. We ‘zwemmen’ in ons leven in het water van onze merendeels onbewuste geest met haar vele psychische gesteldheden. Dit is ons zo enorm vertrouwd dat we het niet als ‘water’ zien en onwetend zijn van het feit dat er nog andere geestesgesteldheden bestaan. We ervaren onszelf niet als ‘nat’ en in onbewustheid vinden we het ondergaan van allerlei wisselende psychische gesteldheden en innerlijke houdingen normaal en vanzelfsprekend. Allerlei stemmingen, voorkeuren en gemoedstoestanden, zowel negatieve als positieve, aanvaarden we zonder erop te reflecteren. Zonder er vragen over te stellen waardóór deze wisselende toestanden aan ons ‘kleven’. We zijn zelfs niet echt bewust van het bestaan en de wisseling ervan. We geven ons er vol aan over, aan al die die innerlijke houdingen, waardoor die ook krachtiger kunnen worden. Soms waarderen of verafschuwen we zelfs onze psychische gesteldheden, maar we onderzoeken ze zelden op hun essentie.

Prettig-voelende innerlijke gesteldheden onderzoeken we al helemaal niet. Waarom zou je? “Alles is toch oké? Ik voel me goed!” De onprettig-voelende onderzoeken we soms; die moéten we soms wel gaan onderzoeken, maar pas als ze ons in een neerwaartse spiraal lijken te gaan nekken, of ons drijven richting stress, burn-out of depressie, of ons in moeilijkheden hebben gebracht met justitie, of ons in een verslaving of zorginstelling hebben doen belanden. En wat nog opmerkelijker is: soms voelen we ons als een vis in het water, te midden van al die emo-mentale reuring…

Een andere leefwereld

Onze zelf-reflectieve geest is echter heel goed in staat om onze vele psychische gesteldheden waar te nemen en te onderzoeken op hun nut en functie. Daarvoor hebben we een bewuste Waarnemer. We zijn heel goed in staat om dat psychische ‘water’ waarin we leven neutraal te leren zien voor wat het is, voor wat het werkelijk waard is. We kunnen gaan begrijpen dat het hierdoor ‘nat worden’ zonder hierop te reflecteren eigenlijk zeer ongewenst is en zelden iets goeds brengt. We zijn heel goed in staat, als we ons hiertoe zetten vanuit een diep verlangen naar vrijheid, om te begrijpen dat er meer is dan al die ‘natheid’, om zo te ontdekken dat er ‘boven dit water’ een andere leefwereld bestaat, waarin de bewegingen van wisselende psychische gesteldheden zuiver kunnen worden waargenomen en op waarde geschat. Dit is de Stille wereld, waarin vrede is en waarin we kunnen onderkennen dat het slechts in ‘water’ leven kan worden overstegen. Het Stille Gebied van de subtiele wereld waarin we ons Zelf zijn, vervuld van de energie van Sattva. Bekende en beproefde zelfhulpmethodes om hierin te verblijven en innerlijke bewegingen tot rust te laten komen zijn o.a. meditatie en mindfulness. Maar de belangrijkste en doeltreffendste is toch zelfherinnering, waarin we in een voelende waarneming van onszelf verblijven, in welke situatie dan ook.

Natuurlijk blijven we ‘zwemmen in water’, we hebben een psyche en kennen vele stemmingen. We kunnen dit niet eenvoudig ‘uit’ zetten, maar we hoeven er niet langer ‘doornat’ van te worden of erin te verdrinken omdat we kunnen leren dat de Waarnemer in ons er neutraal op toeziet. De Waarnemer is neutraal omdat dit bewustzijn non-duaal is en in zichzelf geen ‘twee’ (ofwel oppositie) ervaart en dus geen stemmingen kent. Het is onze non-duale kern in onze geest, in ons als individueel ervaren bewustzijn.

Als we ons blijven identificeren met legio innerlijke reacties op uiterlijke dingen en omstandigheden – in deze metafoor dus als ‘water’ opgevoerd – is er eenvoudigweg geen besef van die andere leefomstandigheid waarin we niet langer niet ‘nat’ zijn. Jezelf identificeren met stemmingen en ideeën die niet in zelfreflectie worden waargenomen, waardoor je ook geloof hecht aan het psychische effect ervan en in jouw handelen dat hieruit voortkomt, staat gelijk aan ‘kleddernat’ zijn. Onze identificaties kunnen we voelend maar toch neutraal waarnemen. Het is de onnatuurlijke hechting aan datgene waarvan we denken dat het ‘van mij’ is, wat maakt dat we het normaal vinden en waardoor we al die ‘natheid’ dus in onszelf blijven rechtvaardigen. Ondanks dat de emo-mentale fluctuaties in onze onbewuste geest stevig zijn genesteld en telkens door uiterlijke triggers opnieuw opkomen, kunnen we ze bewust en helder waarnemen en leren begrijpen. We kunnen ze herwaarderen (als niet nuttig voor onze innerlijke ontwikkeling) en liefdevol achterlaten en zo doen oplossen in een werkelijke verwerking ervan. Dit laatste is belangrijk, opdat die mechanismen niet onder een rationeel bedachte mat verdwijnen.
We zullen deze ‘natheid’ ook steeds makkelijker in anderen kunnen gaan herkennen, waardoor we er zelf steeds minder ‘nat’ op zullen reageren.
Essentiële identificaties daarentegen, en hiermee wordt de kracht van onze zuivere en natuurlijke hechting bedoeld, vanuit ons Ahankara, kunnen we waarderen en in ons leven de juiste plaats gaan geven, want die versterken onze essentie en onze zelf-expressieve bloei. Die verhogen onze menselijke staat.

Laten we deze metafoor doortrekkend dus een voorbeeld nemen aan die slimme visjes die ooit de moed hadden het zeewater te verlaten, het land opkropen in een totaal ander leefgebied, om zo onze zoogdier-voorouders te worden. Uit de beslissing van deze dappere vissen is uiteindelijk ons hoog-intelligente mensenleven voortgekomen! Denk daar maar eens aan als je een harinkje hapt.

‘Onder water’ leven we met een zogenaamde discursieve geest. Dit wil zeggen dat onze geest vaak verstrooid is (o.a. door multitasking en wispelturigheid), allerlei kanten op gaat (beïnvloed door omstandigheden en stemmingen van anderen) en vrij snel van stemming kan wisselen. Veel niet bewuste associaties komen in ons op die onze gedachten, ons gevoel en onze gedragingen (sterk) kunnen beïnvloeden. Het kan assertief gedrag stimuleren of de neiging tot terugtrekken.
‘Onder water’ zijn we door onze ‘normale’ psychische staat van geest eigenlijk overgeleverd aan ons mechanische reageren (dus ‘overkomt’ ons alles, zoals Ouspensky dit noemt) en omdat vrijwel iedereen merendeels ‘onder water’ leeft, ontstaan waar mensen met elkaar omgaan vrij makkelijk misverstanden en gedoe of zelfs conflicten, terwijl hun onderliggende behoeften nauwelijks hoeven te verschillen. Dat we hierdoor innerlijk verstoord, warrig of opgefokt raken, en mogelijk steeds meer stress ervaren, moge duidelijk zijn.
‘Boven water’ hebben we een stille geest, waarin veel ruimte is voor wat zich hierin allemaal aandient voor wat we ‘buiten ons’ allemaal tegenkomen. Dit wil zeggen dat onze geest een alerte en open aandacht richt op wat aan de orde is (dit heet: aandacht op het ‘werkvlak’) en we in zelfherinnering verblijven: een voelende waarneming van onszelf in de situatie waarin we ons bevinden, waarin intern en extern waarnemen samenvalt/integreert.
Onze emotionele reacties en houdingen die in ons opkomen staan dan onder observatie en krijgen de aandacht die ze verdienen. Simpele associaties die door uiterlijke omstandigheden in ons worden getriggerd worden als zodanig herkend en maken we niet langer leidend in wat er op dat moment in de situatie nodig is. Een stille geest is een sattvische geest, waarin onze neutrale Waarnemer de rol krijgt die we zo vaak node missen. Een bewuste staat waarin onze zelfreflectie optimaal zal zijn en waarin de psychische ‘ruis’ (al die emo-mentale mechanismen) die we in onze geest hebben leren herkennen als verstorend een veel minder actieve rol speelt.
Na standvastige oefening kan de stilte in onze geest stabieler worden. De duur, de frequentie en de diepgang van momenten van stilte in onze geest nemen we ook steeds duidelijker waar. Onze stiltemomenten zijn bij aanvang meestal nog maar van korte duur (bijvoorbeeld in en/of na een oefening of meditatie), voordat de geest weer volop zijn oude (mechanische) gang gaat. Stilte in onze geest komt dus nog te weinig voor, en hierdoor wordt de diepgang van Stilte die áchter alle beweging en verscheidenheid bestaat nog maar beperkt ervaren.
Door oefening worden na verloop van tijd de momenten waarop stilte in onze geest overheerst langer, komen ze vaker voor en ervaren we hierin meer diepgang. We komen steeds makkelijker ‘boven water’. Het wordt ‘gewoner’ terwijl we het bij aanvang nog als ‘bijzonder’ ervoeren. Het wordt van Zelf sprekend. De wakende slaap van onze geest neemt af en hiermee de invloed die onze gekleurde psyche heeft op ons denken, voelen en handelen. Onze aandachtbundel verbreedt meer en meer waardoor we meer opmerken en tevens meer leren. De Stilte wordt zo leidend in al ons denken, voelen, doen en laten.

© Michiel Koperdraat