Antropocentrisme is een beperkende innerlijke houding

Veel teksten ter bevordering van spirituele groei zijn antropocentrisch van opzet. Dat wil zeggen dat de werkelijkheid vanuit een beperkt mens-denken wordt bepaald. Stoppen met antropocentrisch denken is een lastige en feitelijk eigenlijk ook onmogelijke opgave. Maar als we onze antropocentrische houding niet op een of andere manier beteugelen, zal er een fikse beperkende innerlijke mind-set blijven bestaan die ons in de weg zit wat betreft innerlijk vrij worden.

Alles wat (hier en elders) over Bewustzijn en over Advaita wordt geschreven, komt voort uit de menselijke geest. In feite is alles wat we beleven en ervaren een verschijning in de subtiele/geestelijke wereld (dus niet in de fysieke/materiële wereld, noch in de causale/oorzakelijke wereld). Alles verschijnt als ervaring in onze geest. De totale subtiele wereld – waar onze menselijke geest deel van uitmaakt – wordt wel de Heilige Geest genoemd. De subtiele wereld van de Geest staat in de ranking van fijn naar grof tussen de causale wereld en de fysieke wereld in, al zijn de grenzen tussen deze verschillende werelden van fijnheid niet hard te trekken: ze lopen in elkaar over, zo wordt ook steeds vaker in de wetenschap onderkend.

Het is overduidelijk dat alle non-materiële zaken en ervaringen zich afspelen in de subtiele wereld. Wij functioneren en reageren met onze menselijke psyche, onderdeel van onze menselijke geest, enerzijds vanuit causale gegevenheden: vanuit onze natuur, onze essentie, onze bepaaldheid. Anderzijds reageren we op manifeste invloeden van buitenaf zoals fysieke en subtiele omstandigheden.
Kortom: de hele range, van simpele menselijke gevoelens van (on)genoegen tot aan het volledige intelligente begrip van het advaita-paradigma, is iets van onze menselijke geest, en is hierdoor beperkt tot de menselijke maat. Tevens staat al het geestelijk functioneren onder de kleurende invloed van de menselijke psyche die niet kan worden uitgeschakeld bij onze perceptie van alles. Met psyche bedoel ik alle geestelijke eigenschappen die een mens kan hebben, zowel gezond als pathologisch. Onze psyche beïnvloed hoe en wat we waarnemen en maakt in zekere zin onze waarneming onzuiver.

Creëren

Men gaat er soms van uit – in populaire boekwerken – dat we vanuit onze geest, zoals met gedachten en gevoelens, manifeste creaties doen ontstaan. Dit is een antropocentrische visie op ons mega-grote universum. Ik kan best zien dat onze gedachten van alles kunnen creëren. We oefenen er invloed mee uit en omdat alles in wezen met elkaar is verbonden heeft het een zeker effect. Als ik bijvoorbeeld slecht over iemand denk, is het heel goed mogelijk dat ik een fikse ruzie creëer. En als ik als natuurkundige lang delibereer over ruimte en tijd kan er zelfs een formule als E = mc2 ontstaan. Zelfs een atoombom ontstaat als ontwerp, als mentale ‘creatie’, met alle gevolgen van dien. Echter, als we uitgaan van 200 miljard sterrenstelsels in het ons bekende universum, zal ik er niet op eigen houtje nog een paar miljard ‘bij kunnen bedenken’ of nog wat andere universa dan de onze ‘creëren’. Dát geloven is antropocentrisme in het kwadraat. De subtiele omvang van onze menselijke geest is eenvoudigweg te klein voor effecten op grote schaal. De schaal van ons universum is al niet in te schatten, die van het Absolute is volkomen onmeetbaar.

Alle manifeste vormen en creaties in het universum (en andere universa) komen voort uit de causale wereld (om precies te zijn: middels het mediumveld Akasha) en tot fysieke manifestatie via de subtiele wereld. Maar niet door de minieme partitie in de subtiele wereld wat wij ‘onze menselijke geest’ noemen. Dat is antropocentrisch denken en dus in wezen hovaardig. Wie eens regel maakt van het bestuderen van de nieuwste wetenschapsbevindingen en regelmatig onze sterrenhemel bestudeert, weet al gauw beter. De ‘huishouding’ in een atoom of in een zwart gat krijgt bijvoorbeeld ook geheel en al gestalte door (en binnen) de subtiele wereld van de Geest, vanuit vaste causale (oorzakelijke) gegevenheden.

Kortom: we moeten inzien dat we wérkelijk groter moeten leren aanschouwen. Ons waarnemen moet, hoe onmogelijk dit ook lijkt, niet-antropocentrisch zijn. We zullen moeten aanvaarden dat het menselijk bewustzijn en diens invloed door zijn bepaaldheid maar zeer beperkt is.

Ter overweging tussendoor:
De Andromeda-nevel (M31) is het dichtstbijzijnde sterrenstelsel van de circa 200 miljard sterrenstelsels in ons universum en heeft een spiraalvorm zoals onze Melkweg, maar is wel een stuk groter. Andromeda staat op circa 2,5 miljoen lichtjaar van de aarde: het licht ervan dat wij nú op heldere nachten met het blote oog zien, is zo’n 2,5 miljoen jaar geleden ‘uitgezonden’; dat is nog vóór het ontstaan van homo-erectus. De mens zoals wij zijn, homo-sapiens, is ongeveer drie- tot tweehonderdduizend jaar geleden ontstaan. Het gezamenlijke licht van 1000 miljard
Andromeda-sterren was bij het ontstaan van homo-sapiens dus al meer dan twee miljoen jaar ‘onderweg’ naar onze aarde met 300.000 km per seconde! Contempleer hier even op.

.

Allesomvattend Bewustzijn

De stelling dat Bewustzijn de allesomvattende Bron is, is als paradigma behoorlijk ingeburgerd in de menselijke spiritualiteit beoefenende geest. Of dit paradigma Waar is, kunnen we niet weten, en toch gaat ook Zelfkennis.nu hiervan uit. En juist omdat Bewustzijn alles omvattend zou zijn, omvat het ook de totale mens. Wij ervaren ons bewustzijn reflectief wat zelfwaarneming en zelfreflectie mogelijk maakt. Hierdoor is de mens in staat dit alomvattende Bewustzijn in zich (én om zich heen) te erváren, dankzij die menselijke zelf-reflecterende geest. Een paard, ook een manifestatie in Bewustzijn, kan dit niet, een bloem kan dit niet, en ook een zon niet. Dat maakt de mens (naar we nu kunnen inschatten) tot een uitzonderlijke levensvorm. Die uitzonderlijkheid mag echter niet leiden tot de aanname dat vanuit deze menselijke geest alles kan worden beredeneerd en verklaard op het gebied van spiritualiteit. Het merendeel van alle verschijnselen kan door ons niet worden verklaard, noch bewezen. En tóch kan er veel op intuïtief niveau worden ‘geweten’. Dit is mogelijk doordat we als mens een afspiegeling zijn van dat alomvattende Bewustzijn. Onze geestelijke organen zijn in staat zeer veel op te pikken uit het informatie-‘archief’ van het causale Akashaveld, de natuur van het allesomvattende Bewustzijn, mits we onze geest hebben gezuiverd van allerlei innerlijke rommel.

Praktijk en theorie

In onze menselijke ervaring – dankzij onze menselijke natuur die ons reflectieve waarnemen mogelijk maakt – ligt nu juist onze mogelijkheid om het alomvattende Bewustzijn en het Advaita-paradigma in waarheid te aanschouwen. Als we mentaal en emotioneel volledig zullen kunnen stilvallen, zullen we een groot eenheidsbewustzijn kunnen ervaren. Het gaat hier dus om erváren. Buiten die ervaring is er slechts ‘gedachtegoed’ en ‘theoretische filosofie’; het theoretiseren als speeltje voor onze geest en psyche is wellicht erg interessant en leuk, maar meer ook niet. Het is innerlijke spielerei, die we vrijelijk kunnen beoefenen dankzij onze zo voortreffelijke creatieve geest maar die ons van de weeromstuit ook vaak die antropocentrische mind-set bezorgt. Dit komt door identificatie op ‘hoog’ niveau: een vereenzelviging met het spiritueel bewuste mens-zijn kan namelijk een zogenaamd ‘verlichte-geest-ego’ opleveren (ik ben God-gelijk), wat antropocentrisch is en dus ongewenst. En dan zijn we eigenlijk nog verder van huis dan een paard, een bloem en een zon, die deze beperkende zelf-visie niet hebben.

Samenvattend: de menselijke geest als totaal betreft dus een beperkte partitie van de Universele Geest. De Universele Geest is wat de subtiele wereld van Bewustzijn wordt genoemd. Niets wat in ons (reflectief) plaatsvindt, qua waarneming en beleving, kan daarbuiten vallen, hoe intens, overkoepelend en openbarend-spiritueel het ook is. Elke ervaring valt binnen de subtiele wereld van de Universele Geest, ook bijvoorbeeld een Godservaring van total-bliss. Het kan er onmogelijk buiten vallen. Elke ervaring is er dánkzij onze geest. Hoe meer onze innerlijke schaduwpartijen, die onze zuivere perceptie in de weg staan, weg vallen, hoe groter en subtieler onze ervaringen worden. Zo kan onze menselijke geest ‘groter’ worden qua beleving (expanding spirit / bewustzijnsverruiming) en richting een vollere ervaring van de Universele Geest gaan (het ervaren van de subtiele wereld als totaal dus). Maar ja… wel binnen de grenzen van onze geestelijke geaardheid die vanuit de causale wereld is bepaald als onze (individuele en algemene) menselijke essentie: onze menselijke natuur.

“Wie zich niet meer intens kan verwonderen over het onmetelijk grote en het minieme kleine in ons universum heeft zichzelf gevangen gezet in de cel van kleingeestig mens-zijn, de cel van antropocentrisme”. ~ M.K.

Leestip:

“Kosmische Visie –  wetenschap en het Akasha-veld” – Ervin László

AnkhHermes, ISBN 9789020283594, 2004


Ik schreef er deze review over:
Ervin László zet in dit boek een zeer goed paradigma neer. Helder uiteengezet. En in lijn met de nieuwste wetenschappelijke ontdekkingen enerzijds, en aloude filosofieën van hoge statuur anderzijds (Advaita Vedanta).
Het belang van deze beschrijving ligt ‘m in de helderheid waarmee het ‘overgangsgebied’ tussen niet-gemanifesteerde Potentie (het Absolute – de Bron) en het gemanifesteerde (het Universum) inzichtelijk wordt: een causaal (oorzakelijk) Veld waarin alles buiten tijd en ruimte is ‘opgeslagen’, al kan men dit eigenlijk niet zo noemen, want er bestaat geen woord voor. László beschrijft het als een soort non-dimensionale holografische imprint.
Dit boek is een aanzet om te leren begrijpen hoe al het gemanifesteerde (in verschillende dichtheden) ontstaat uit geïn-formeerdheid uit dit A-Veld (Akasha) en hierdoor kan bestaan en vormbehoud kent, maar ook hoe het gemanifesteerde wederkerig tevens dit causale Veld in-formeert, waardoor evolutie mogelijk is. En dit alles op micro- en macroniveau.

.
Ervin László (1932) is een Hongaars wetenschapsfilosoof (en voorheen concertpianist). Hij heeft een doctorsgraad van de Sorbonne en is in het bezit van vier eredoctoraten. Eerder was hij hoogleraar filosofie, systeemwetenschap en futurologie aan verschillende universiteiten in de VS, Europa en Azië. Hij houdt zich (onder meer) bezig met de systeemtheorie en de integrale benadering die momenteel steeds vaker wordt gezocht (unificatietheorie). Daarnaast is hij grondlegger van de Club van Boedapest en editor van World Futures: The Journal of General Evolution. László is tweemaal genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede.

© Michiel Koperdraat