Achtergronden Vredesintentie 9/11

Vredesintentie achtergrondinformatie

De Wetenschap achter het Global Consciousness Project

We beginnen vandaag met deze intrigerende vraag: Is ons menselijk bewustzijn beperkt tot de binnenkant van onze schedel, of strekt het zich uit tot ver daarbuiten? Om die vraag te beantwoorden, kijken we niet naar filosofie, maar naar harde data.

In 1998 startte aan de gerenommeerde Princeton Universiteit een grootschalig internationaal experiment onder leiding van dr. Roger Nelson: het Global Consciousness Project. Het doel? Meten of grote, wereldwijde verschuivingen in menselijke emoties een directe invloed hebben op de fysieke realiteit.

Hoe meet je zoiets? De wetenschappers plaatsten een wereldwijd netwerk van zogenaamde Random Number Generators (RNG’s of REG’s) — computertjes verspreid over tientallen locaties op aarde. Deze apparaatjes doen maar één ding: continu onvoorspelbare reeksen van enen en nullen genereren op basis van onvoorspelbare kwantumruis. Deze apparaatjes gooiden dus met een muntje at random kruis of munt, zou je kunnen zeggen. Volgens de wetten van de kansberekening is de uitkomst altijd exact 50% enen en 50% nullen. Het is de ultieme, pure willekeur. Onbeïnvloedbaar, zou je denken.
Maar toen kwam 11 september 2001.

Terwijl de wereld in totale shock, angst en diepe verslagenheid toekeek hoe de torens in New York instortten, gebeurde er iets onverklaarbaars in het netwerk. Precies op de momenten van de impacts begonnen de RNG-apparaten wereldwijd synchroon af te wijken van de statistische kansberekening. De pure willekeur verdween; er ontstonden patronen en structuur in de data waar die er absoluut niet hoorden te zijn.

Sceptici dachten aanvankelijk aan een toevalstreffer. Maar in de jaren daarna is dit protocol toegepast op honderden grote wereldwijde gebeurtenissen — van massale oud-en-nieuwvieringen tot diepe tragedies. De cumulatieve statistische afwijking over al die jaren is inmiddels opgelopen tot een zogeheten standaarddeviatie van 7σ (zeven sigma). In gewone-mensentaal betekent dit dat de kans dat deze afwijking berust op puur toeval, minder dan 1 op een biljoen is.

Over Lynne McTaggart’s intenties

De harde, wetenschappelijke conclusie van dit project is even adembenemend als mysterieus: wanneer miljoenen mensen tegelijkertijd door exact dezelfde diepe emotie worden geraakt, gedraagt de fysieke materie op aarde zich anders. Onze geestelijke verbondenheid creëert een meetbaar veld. En die kracht is vele malen groter dan we denken…
Lynne McTaggart heeft in de loop van een aantal jaren verschillende experimenten gedaan met intenties. Daarbij stelde ze eigenlijk steeds dezelfde vraag: wat gebeurt er wanneer mensen niet alleen voor zichzelf iets wensen, maar zich daar gezamenlijk en heel bewust op richten?
Dat is interessant, want dan hebben we het niet meer over een persoonlijke wens of over even aan iets denken. Het gaat om een (grote) groep mensen die dezelfde intentie heeft en die intentie op een bepaald doel richt.
Een van de onderwerpen die Lynne onderzocht was vrede. En juist daar gaat het ook bij onze vredesintentie om. Lynne een aantal experimenten heeft gedaan waarin heel veel mensen gezamenlijk een vredesintentie uitspraken, waarbij zij een aantal opmerkelijke resultaten rapporteert. Haar wetenschappelijke onderzoekingen, met medewerking van vele erkende wetenschappers, heeft een enorm bewijscorpus opgeleverd van dat intenties daadwerkelijk verschil maken.

Eén van die experimenten vond plaats rond de tiende herdenking van 9/11, in 2011. Dat is natuurlijk bijzonder relevant voor wat wij vandaag gaan doen. Want ook daar werd een moment dat in het teken stond van vernietiging en verdeeldheid aangegrepen om bewust een andere richting te kiezen: vrede. Dus ik vertel nu even wat Lynne daar precies mee heeft gedaan, hoe zij haar intenties formuleerde en wat er volgens haar uit de experimenten naar voren kwam. En daarna gaan we met z’n allen iets dergelijks doen. We gaan het zelf ervaren en er ons eigen intentie-experiment van maken.

Tien jaar na 9/11

Het vredesexperiment dat Lynne tien jaar na 9/11 heeft gedaan was heel bijzonder.
Lynne wilde in 2011 iets anders doen dan wat er ieder jaar opnieuw gebeurde. Op televisie werden steeds weer dezelfde beelden vertoond van de instortende Twin Towers. Daarmee werd de herinnering aan 9/11 eigenlijk iedere keer opnieuw verbonden met angst, geweld en vernietiging. Lynne dacht: kunnen we die datum ook op een andere manier markeren? Kunnen we van 9/11 juist een moment van vrede maken? Zij noemde dat zelf een soort nieuw verhaal voor 9/11: niet opnieuw de vernietiging van de Twin Towers centraal stellen, maar er als het ware twee nieuwe torens tegenover zetten — een toren van het Westen en een toren van het Oosten, die elkaar ontmoeten in vrede.

Daarvoor werkte ze samen met de Koeweitse arts en schrijver Salah Al-Rashed. Dat was belangrijk, want Lynne wilde niet alleen mensen uit het Westen bij elkaar brengen. Ze wilde juist mensen uit de Arabische wereld en mensen uit het Westen samenbrengen. En dat gebeurde ook: volgens haar eigen verslag deden ongeveer 25.000 mensen uit 75 landen mee, waaronder deelnemers uit alle Arabische landen. Acht dagen lang, vanaf 11 september 2011, richtten zij hun gezamenlijke intentie op twee provincies in Afghanistan: Helmand en Kandahar. Dat waren gebieden waar op dat moment zeer veel geweld plaatsvond en waar de oorlog met de Taliban bijzonder hevig was.

Het experiment begon met een bijzonder moment, een gezamenlijke verontschuldiging. Salah sprak namens de Arabische deelnemers zijn afschuw uit over wat er op 9/11 was gebeurd. Lynne antwoordde namens het Westen met een verontschuldiging voor de gewelddadige reactie die daarop was gevolgd: de oorlog in Afghanistan en de enorme gevolgen daarvan voor de Afghaanse bevolking. Hiermee voorkwamen ze te vervallen in wie er gelijk had en wie er ongelijk had. Ze hielden zich niet bezig met welk narratief dan ook. Ze zetten een stap uit die tegenstelling van wij en zij. En vervolgens gingen mensen uit die verschillende werelden samen hun intentie richten op vrede.

Het doel van de intentie was heel concreet: het verminderen van het geweld in Helmand en Kandahar. Lynne werkte in haar experimenten niet alleen met een algemene gedachte als laat er toch vrede komen. Ze formuleerde een duidelijk doel waarop de groep zich kon richten. In de eerdere Sri Lanka-studie had zij zelfs vooraf vastgelegd dat men probeerde het geweld met ten minste tien procent te verminderen. Het experiment van 2011 was opgezet volgens hetzelfde onderzoeksmodel als het Sri Lanka-experiment, juist omdat herhaling voor haar belangrijk was. Eén experiment zegt wetenschappelijk immers nog niet zoveel; als je hetzelfde soort resultaat opnieuw krijgt, wordt het interessanter.

En toen kwam het wachten. De intentie werd gedurende acht dagen uitgesproken, en daarna hield Lynne zich niet bezig met de vraag: heeft het gewerkt? Ze moest eerst wachten tot er voldoende gegevens beschikbaar waren. Uiteindelijk heeft ze cijfers verzameld uit onder meer VN- en NAVO-rapporten over burgerslachtoffers, aanvallen en explosieven in Afghanistan. En daar kwam iets opmerkelijks aan het licht. In de drie maanden na het experiment, september tot en met november 2011, daalde het aantal geregistreerde burgerslachtoffers volgens de door haar gebruikte NAVO-cijfers gemiddeld met 37 procent ten opzichte van augustus. Ook het aantal aanvallen met explosieven en het aantal door de Taliban geïnitieerde aanvallen daalde. Lynne zag daarin de aanwijzing dat de gezamenlijke intentie iets met het geweldsniveau had gedaan. Maar Lynne zelf zegt ook dat je daar niet zomaar uit mag concluderen: dus onze intentie heeft de oorlog verminderd. Daarvoor is één experiment niet voldoende. Er zijn ontzettend veel factoren die invloed kunnen hebben op het verloop van een oorlog. Zij schrijft zelf dat je zulke experimenten meerdere keren moet herhalen om te kunnen onderzoeken of het resultaat reproduceerbaar is.

25 jaar na 9/11

Precies 25 jaar na 9/11 maken wij nu van dit moment geen herhaling van angst en verdeeldheid, maar een moment waarop we ons gezamenlijk richten op vrede. Dan komen we bij wat Lynne noemt: vrede denken. Dan ook eerst iets over het experiment dat zij voor Sri Lanka heeft gedaan. Want daarbij ging het niet alleen om de gedachte ik wil vrede. Lynne heeft daar een heel protocol voor ontwikkeld. Een deel daarvan beschrijft ze al uitgebreid in haar eerdere boek Het Intentie-experiment, maar ze komt er in Het Intentie Effect ook weer op terug.

Het begint met het gezamenlijk stil worden. Dus niet: we komen bij elkaar, we praten wat met elkaar en vervolgens zeggen we met z’n allen een paar keer dat we vrede willen. Nee, eerst wordt er tijd genomen om tot rust te komen om ons werkelijk op hetzelfde punt te brengen. Om uit de gewone drukte van ons denken te stappen. We zitten samen, worden stil en verzamelen onze aandacht. Dit is een belangrijk onderdeel van de hele intentie. Wil je als groep mensen een gezamenlijke intentie vormen, moet we natuurlijk eerst ook werkelijk gezamenlijk aanwezig zijn.

Vervolgens gebruikt Lynne een beeld om de intentie op te richten. In het Sri Lanka-experiment was dat een afbeelding van drie jongens: een Tamil-jongen, een moslimjongen en een Sikh-jongen. Drie kinderen uit bevolkingsgroepen die in Sri Lanka tegenover elkaar hadden gestaan. Het waren dus geen abstracte symbolen van vrede, maar gewoon drie kinderen. En de bedoeling was dat je naar die kinderen keek en je voorstelde dat zij in vrede met elkaar konden leven. Dat is ook de reden dat ook wij voor onze intentie afbeeldingen van kinderen uit verschillende landen hebben gemaakt, de VS, Israël, Iran en Palestina. We moeten ze een gezicht geven. Kinderen die niets te maken hebben met de conflicten die volwassenen met elkaar voeren, maar die wel de toekomst van die wereld vertegenwoordigen.

Dan komt er muziek bij. In het Sri Lanka-experiment gebruikte Lynne muziek om de groep verder in die gezamenlijke toestand te brengen. Dat was Choku Rei van Jonathan Goldman. De muziek helpt ons om niet voortdurend met ons verstand bezig te zijn met dingen als ‘doe ik het wel goed, denk ik wel het juiste, lukt het wel?’ Je gebruikt je aandacht, je gevoel, het beeld dat voor je staat en je oren. Dat is heel rustige muziek, als een soort ‘stemmenbranding op een akoestisch strand’. Het helpt je om uit het gewone, drukke denken te komen en in een andere toestand van bewustzijn terecht te komen. Dat kan bijvoorbeeld een meer ontspannen alfatoestand zijn.

De eigenlijke vredesintentie

Bij Lynne duurt die tien minuten. Tien minuten gericht op hetzelfde doel. Niet voortdurend nieuwe gedachten vormen, niet allerlei wensen toevoegen, maar steeds opnieuw teruggaan naar die ene intentie. Al je de intentie een paar woorden wijzigt om deze beter te kunnen herhalen, dan doe je dat. Je ziet als het ware die kinderen voor je en je stelt je voor dat ze in vrede leven. Je probeert dat niet alleen verstandelijk te bedenken, maar je laat het beeld ook werkelijk voor je leven. Alsof je even een wereld voor je ziet waarin datgene wat je wenst al werkelijkheid is. Om de kinderen heen zie je allemaal kinderen uit andere landen.
Voor ons hebben we daar bewust 11 minuten van gemaakt. Dat heeft natuurlijk te maken met de elfde september en met de twee torens van het World Trade Center. Die elf heeft voor ons op deze dag een bijzondere betekenis. Dus wij nemen straks elf minuten om gezamenlijk onze vredesintentie uit te spreken en die voor ons te zien. Elf dagen lang.

Maar er zit nog iets heel belangrijks aan het einde van zo’n intentie. En dat vind ik misschien wel een van de meest bijzondere onderdelen van Lynne’s manier van werken. Je probeert namelijk niet met je wil de werkelijkheid te dwingen om te beantwoorden aan wat jij wilt. Nadat je de intentie hebt uitgesproken en je er een tijd heel geconcentreerd mee bezig bent geweest, doe je als het ware een stap opzij. Je laat de intentie los. Lynne noemt dit letterlijk een stap opzij. Je draagt de intentie over aan het universum.
Dat klinkt misschien wat merkwaardig, want je zou kunnen denken: als ik iets echt belangrijk vind, dan moet ik er juist heel hard aan vasthouden. Maar volgens Lynne werkt het bij een intentie anders. Je doet eerst alles wat je kunt: je verzamelt je aandacht, je maakt het beeld zo helder mogelijk, je richt je samen met anderen op hetzelfde doel en je geeft daar een bepaalde tijd heel bewust aandacht aan. En daarna laat je het los. Je gaat niet denken: nu moet het gebeuren om de uitkomst af te dwingen. Dat is belangrijk, want anders verandert een vredesintentie heel gemakkelijk in een soort vermomde wilskracht: ik wil dat de wereld vrede krijgt en daarom moet de wereld nu doen wat ik wil. Dat is eigenlijk precies de houding waar we juist vanaf willen. Het gaat erom dat we vrede willen dienen, en niet dat we onze eigen wil aan de werkelijkheid opleggen.

Dus eerst is er die gezamenlijke stilwording. Dan richten we ons op het beeld. We gebruiken de muziek om ons daarin te helpen. Vervolgens spreken we gedurende elf minuten onze intentie uit en proberen we ons voor te stellen alsof de vrede waar we naar verlangen er al is. Alsof het al werkelijkheid is geworden, dat blijkt het beste te werken. We geven het over aan het universum en proberen niet meer te bepalen hoe, wanneer of op welke manier die intentie werkelijkheid zou moeten worden.
En juist dat laatste maakt het voor tot een experiment. We gaan vanavond samen iets doen waarvan we willen onderzoeken wat het teweegbrengt. En dat begint bij onszelf. Wij brengen onze aandacht samen, wij richten ons op vrede en vervolgens laten we die intentie vrij. De muziek speelt hierbij een rol. Lynne gebruikte daarvoor Choku Rei. Maar mocht je het storend vinden, dan zet je het heel zacht of zelfs uit.

Waar het om gaat, is dat het gewone ik-denken naar de achtergrond verdwijnt. We bent minder bezig met onszelf als afzonderlijk individu en komen in een meer ‘oceanische toestand van geest’. Je bent minder een afzonderlijk golfje dat zichzelf voortdurend in de gaten houdt en meer onderdeel van de oceaan van geestkracht. De neurowetenschapper Mario Beauregard zei hierover: “Als je iemands hersengolven verandert, verander je zijn zelfbesef.” En dat is een interessante gedachte. Want wat er dan gebeurt, is dat de identificaties waarmee je jezelf normaal gesproken overeind houdt, tijdelijk minder sterk worden. In onze intentie vooral die met een groot gevoel van onrecht dat al 25 jaar bestaat. Je bent even minder je eigen verhaal, minder je lagere emoties, minder je politieke overtuigingen en minder het beeld dat je van jezelf hebt.

Dat lijkt op wat ik het instorten van multilevel awareness noem. De verschillende lagen van zelfbesef waar we ons gewoonlijk mee identificeren, vallen als het ware weg. En wanneer onze identificaties minder sterk zijn, ontstaat er vanzelf meer afstand tot de patronen die daar normaal gesproken bij horen. Chronische emotionele patronen en beperkende overtuigingen gaan naar de achtergrond en we vallen er minder mee samen.

Altruïsme

En juist in zo’n verruimde toestand kan er ruimte ontstaan voor iets wat veel groter is dan het gewone persoonlijke ik: het ervaren van verbondenheid en van wat je universele liefde zou kunnen noemen. Hier komt voor mij ook altruïsme om de hoek kijken. Ik heb het daar in mijn stuk over collectieve identificaties al eens over gehad. Identificatie heeft namelijk twee kanten. Aan de ene kant kunnen we ons helemaal vastzetten in ons eigen ik: mijn belangen, mijn overtuigingen, mijn angst, mijn gelijk. Maar er bestaat ook een andere vorm van identificatie. Ik noem dit essentiële identificatie. Dat is het moment waarop je je juist met een ander of met de wereld als geheel identificeert en verbonden voelt. Dat kan soms heel plotseling gebeuren. Je ziet bijvoorbeeld een kind dat lijdt en ineens is er een heel directe betrokkenheid. Je denkt daar niet over na. Er ontstaat gewoon een sterke impuls om iets voor dat kind te willen doen. Op zo’n moment is je aandacht even niet meer gericht op jezelf. Je ervaart het belang van die ander bijna alsof het jouw eigen belang is. Dat is volgens mij de kern van altruïsme. En het interessante is dat zo’n ervaring tegelijk heel werkelijk en heel tijdelijk kan zijn. De liefde of betrokkenheid die je op dat moment ervaart, is echt, als een popup in je geest, maar daarna kan het gewone ik weer terugkomen.

Bij deze collectieve vredesintentie proberen we eigenlijk zo’n beweging bewust te maken. We richten ons niet op onszelf en ook niet op wat wij persoonlijk willen bereiken. We richten ons op het welzijn van anderen. En doordat we ons daarmee verbinden, kan het gevoel van afzonderlijkheid even naar de achtergrond verdwijnen.
Daarom denk ik dat het ook helemaal niet nodig is om een ervaren mediteerder of een professionele healer te zijn. Misschien werkt het zelfs wel in ons voordeel als we gewoon heel direct kunnen voelen: dit wens ik voor die ander. Geen techniek, geen prestatie. Alleen een oprechte betrokkenheid met een stille en aandachtige geest. Je hoeft er geen jarenlange opleiding voor te hebben gevolgd. In de verzamelde resultaten zag McTaggart zelfs dat de effecten bij mensen zonder zo’n achtergrond procentueel vaak groter waren dan bij de intenties van professionele healers, bidders en mediteerders. Je hoeft dus geen specialist te zijn om een zuivere intentie uit te spreken. Je hoeft alleen maar even uit je gewone manier van denken te stappen, je aandacht erbij te houden en werkelijk te menen wat je zegt.
In het Mahayana-boeddhisme is dat idee tot zijn uiterste doorgevoerd in het bodhisattva-ideaal: iemand die zijn eigen bevrijding niet los ziet van de bevrijding van alle anderen. Dat is natuurlijk een heel vergaande vorm van altruïstische identificatie. Maar ook in iets heel eenvoudigs als de wens dat kinderen op de wereld veilig zijn, kunnen we daar misschien al iets van herkennen. En juist vanuit zo’n altruïstische toestand zou een intentie misschien dieper kunnen doordringen — of, als we het in de taal van Lynne zeggen, een diepere indruk kunnen maken in het Veld.

Of dat werkelijk zo werkt, kunnen wij vanavond natuurlijk niet aantonen. En dat hoeft ook niet. Bij Lynne lag dat anders. Zij deed wetenschappelijke experimenten en moest achteraf kunnen kijken of er meetbare veranderingen waren opgetreden. Zij moest dus met cijfers en statistische analyses werken, wat ze ook heeft gedaan. De effecten waar zij naar keek hoefden bovendien niet onmiddellijk zichtbaar te worden. Een intentie zou zich volgens haar nog veel langer kunnen doorwerken, soms over weken of zelfs maanden. Wij hebben vanavond geen meetinstrumenten waarmee we dat kunnen vaststellen, anders dan het Journaal. Wij hoeven alleen maar onze intentie zo zuiver mogelijk neer te zetten en daarna die stap opzij te doen. Wat ermee gebeurt, laten we los.

Het rebound effect

En er was nog iets anders wat Lynne na afloop onderzocht. Ze vroeg de deelnemers namelijk wat de intentie met henzelf had gedaan. En daar kwamen allerlei opvallende ervaringen uit. Mensen uit verschillende landen en culturen hadden tijdens het experiment contact met elkaar gekregen. Er waren deelnemers die vertelden dat ze moesten huilen, dat ze een sterk gevoel van verbondenheid ervoeren, dat ze zich verzoenden met mensen in hun eigen leven of dat er iets in hun persoonlijke leven veranderde. Lynne noemt dat later het spiegeleffect: wanneer je met een groep mensen een intentie voor een ander richt, lijkt er tegelijkertijd ook iets bij jezelf te gebeuren.
En dat is misschien wel het mooiste punt om mee te nemen naar onze eigen intentie. Want wij hoeven vanavond niet te weten of onze intentie morgen in het journaal terug te vinden is, het enige meetinstrument dat wij feitelijk hebben. Maar er is dus nog een ander meetinstrument: wat er met onszélf gebeurt. Wat gebeurt er met ons wanneer we op 11 dagen elf minuten lang niet bezig zijn met onszelf, met onze eigen problemen en met onze eigen meningen, maar ons samen richten op vrede in het Midden-Oosten? Misschien gebeurt er iets in ons. Misschien werkt het verder door in onze omgeving. Misschien gebeurt er zelfs iets wat we helemaal niet kunnen meten. En daarom doen we straks eerst wat Lynne ons heeft voorgedaan: we worden stil, we richten ons gezamenlijk op het beeld van vrede, we spreken onze intentie uit en daarna doen we die stap opzij.

Fijn dat je meedoet!
Michiel Koperdraat

cropped-zelfkennis-app-logo.png

© Michiel Koperdraat