De Meta-psyche
Wat is de psyche?
Onze menselijke geest is uitgerust met een psyche. Dat roept vragen op: is de mens hierin uniek? Zijn er ook dieren met een psyche? Laten we daarom eens kijken naar het woord zelf: waar komt het vandaan en wat betekent het?
Oorspronkelijk komt psyche (ψυχή) uit het Grieks en betekent ‘ziel’ of ‘levensbeginsel’. In de tijd van Homerus stond psyche voor datgene wat het lichaam verlaat bij de dood. Later, bij Plato en Aristoteles, werd psyche opgevat als drager van het innerlijk leven en van perceptie, waardoor gevoelens, gedachten, hechtingen en verlangens ontstaan.
Deze betekenis van ziel of levensbeginsel komt enigszins overeen met wat op Zelfkennis Nu de ‘geïndividueerde essentie’ wordt genoemd: datgene wat in ons aangeboren en individueel is. In de Vedische filosofie is het datgene wat steeds opnieuw incarneert.
Het Grieks kent daarnaast nous (νοῦς), wat intellectueel inzicht en het vermogen om te kennen aanduidt. Het gaat hier niet alleen om het (gezond) verstand, maar om het vermogen om waarheid onmiddellijk te herkennen, vergelijkbaar met wat in het Sanskriet buddhi wordt genoemd. Het is het intuïtieve begrijpen waartoe we in staat zijn als onze geest helder en gezond is.
Verder is er pneuma (πνεῦμα, oorspr. uitgesproken als pnefma), wat ‘geest’ betekent, maar dan in de zin van ‘levensadem’. Bij de Stoïcijnen stond pneuma voor de levensenergie die alles doordringt. Het is subtieler, spiritueler en universeler dan de individuele psyche; in het christendom wordt het dan ook de Heilige Geest genoemd. Letterlijk betekent pneuma ‘adem’ of ‘wind’. Wanneer we ooit ‘de geest geven’, is het onze pnefma die terugkeert naar het causale universum; onze levensadem in dit leven stopt dan. Interessant genoeg was dit stoppen bij Homerus juist het vertrek de psyche. Je ziet, terminologie is aan verandering onderhevig.
De moderne psychologie heeft het begrip psyche sterk verengd tot het palet van emotionele en mentale processen: een kwetsbaar, beïnvloedbaar systeem van gedachten, gevoelens en gedragingen dat kan worden ontregeld door trauma, conditionering, of neurologische factoren. Overgebleven is een bekrompen kijk op de grootsheid van onze psyche, alsof die uitsluitend uit hersenfuncties voortkomt. Men observeert de geest als een televisie, waarbij wordt geprobeerd vormen, kleuren en geluiden te begrijpen en in te delen, zonder te weten hoe deze ontstaan of waardoor ze worden veroorzaakt.
Het mooie is dat wij als mens ook beschikken over een meta-psyche, al wordt dit zelden onderkend. Deze overstijgt onze gekleurde, beïnvloedbare psyche. De meta-psyche is geen psychische functie. Ook geen aangeboren karaktereigenschap. Het is geen bewustzijnsgebied dat verstoort kan worden, maar ons reflectieve vermogen zelf: de neutrale Waarnemer die ons emotionele en mentale toneel schouwt zonder hierop één van de spelers te zijn. Het is geen nieuwe laag binnen de psyche, noch het intuïtieve vermogen om te kennen (nous), noch het spirituele levensbeginsel (pneuma). De meta-psyche is Datgene wat deze functies kan waarnemen zonder ermee te interfereren: een reflectief, neutraal bewustzijn dat elk denken, voelen, willen en functioneren ziet verschijnen en verdwijnen. Waar psyche in onze tijd staat voor ons innerlijk leven en haar gekleurde percepties, en nous voor ons intellectuele vermogen tot inzicht, is de meta-psyche de voorwaarde voor reflectie in Nu: het stille ‘oog’ van waaruit alles wordt gezien en dat zichzelf niet kan zien. Zij is geen inhoud, geen eigenschap, geen proces, maar onze mogelijkheid tot zelfwaarneming en van alles ‘wat is’ om ons heen, zonder méér.
In wakende slaap
Zoals ik schreef in Vis uit het water, zijn wij mensen als vissen die in het ‘psychische water’ van stemmingen, neigingen, gedachten en gevoelens leven, zonder ons ervan bewust te zijn dat we ons überhaupt in dat ‘water’ bevinden. Ons innerlijk leven, met al zijn wisselende gemoedstoestanden, voelt normaal en vanzelfsprekend. We ervaren het met al haar stemmingswisselingen niet als iets dat ons permanent omringt en ons vele kanten opjaagt. Zodoende overkomen ons vele wisselende gemoedstoestanden die we vooral opmerken als we die als negatief ervaren. We zijn ook overtuigd dat we hierin geen keuze hebben. Maar is er meer is dan al die ‘natheid’. ‘Bovenwater’ bestaat er een andere leefwereld, waarin de bewegingen van onze wisselende emo-mentale gesteldheden zuiver en in stilte kunnen worden waargenomen.
In de Vierde Weg van Gurdjieff en Ouspensky wordt het verkeren in de psychische ‘onderwater’-toestand ‘waking sleep’, de wakende slaap, genoemd. Dit is geen droomslaap zoals we die soms van de nacht herinneren, maar een toestand waarin we actief zijn in de wereld zonder ons bewust te zijn van ons eigen bewustzijn. We denken wakker te zijn, maar we zijn zonder het op te merken reactief op triggers van buitenaf: we volgen automatische patronen, gewoontes en identificaties in plaats van zelfreflectief aanwezig te zijn bij wat we doen en bij wat er om ons heen gebeurt. We missen dus zelfreflectie in Nu en zijn maar heel zelden in een voelende schouwende waarneming van onszelf in de situatie waarin we ons bevinden.
Op Zelfkennis Nu wordt ons menselijke ‘verhaal’ beschreven als de optelling of samenstelling van onze ervaringen, herinneringen en interpretaties van de wereld sinds onze geboorte. Dit creëert een psychologische identiteit waarin we heilig geloven en waaraan we onszelf spiegelen. Deze narratieve ik-identiteit is geen werkelijkheid en zeker geen vaste. Het is een geestelijke illusie van ervaringen, gevoelens, interpretaties en verwachtingen. Het bindt onze vele kleine ‘ikjes’ samen tot wat we denken te zijn, tot een soort ‘levensscript’ waar we in geloven. maar het is volkomen illusoir en dus niet waar. Dit ‘verhaal’ dat we van ons leven maakten, versterkt onze psyche en voedt het lijden en andere ongewenstheden die hieruit mogelijk voortkomen. Zodra we in Nu verkeren – waarnemend vanuit de meta-psyche – is er geen illusoir zelf, geen verleden of toekomst, maar slechts de situatie zoals die is. In die toestand is er relatief veel vrede en helderheid en beseffen we (met onze nous) dat ons automatische reageren op die werkelijkheid vaak geen waarheid in zich heeft.
Symptoom-catalogus
In de afgelopen decennia zijn psychologie en psychiatrie vervallen tot een diagnostisch protocollair systeem dat emo-mentale gesteldheden in categorieën van stoornissen onderverdeelt, opgetekend in de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders). Dit handboek vermeldt talloze variëteiten van geestelijke gesteldheden. Het bevat stemmingen en gedragingen die afwijken van een norm, die functioneel ineffectief of ongezond zijn en allerlei depressievormen vanuit mentaal onvermogen, angst, onvrede of woede. Met die honderden beschreven stoornissen proberen ‘professionals’ grip te krijgen op het innerlijk van hun cliënten. Maar deze hele benadering mist cruciaal de essentie van ons menselijk Bewustzijn, de meta-psyche. Dit vermindert bij mensen die het moeilijk hebben in het leven de mogelijkheid tot heling en transformatie van hun psyche. De lijst van menselijk lijden wordt almaar complexer gemaakt en men poogt dit in hanteerbare categorieën te gieten. Er wordt gemeten, gelabeld en het liefst ook ‘behandeld’. Hierbij worden vormen van hoge sensitiviteit en geestelijke capaciteiten van mensen die buiten de norm vallen over het hoofd gezien en totaal niet begrepen. Men heeft geen idee van wie (of beter Wat) al die psychische wanordelijkheden kan waarnemen. Men mist de Waarnemer zelf, die Stille Getuige die volkomen neutraal alle innerlijke ervaringen kan zien verschijnen en weer verdwijnen.
Men mist onze metapsyche.
In plaats van dat psychische ontregeling gelijk behandeld zou moeten worden, moeten we dit zien als iets dat door ons waargenomen kan worden, en wel in een bewuste stille aanwezigheid zonder hierin te gaan interveniëren met gedachten en gevoelens. In een overactieve emo-mentale psyche jagen gevoelens namelijk gedachten aan, en die gedachten jagen de gevoelens weer verder op, een zichzelf versterkende en zeer ongewenste dynamiek. Wel zullen er emoties kunnen loskomen en ook het lichaam kan reageren vanuit die waarneming (bibberen, tranen, rouw, etc), maar hierin interveniëren is ongewenst. We kunnen dit gewoon ‘laten zijn’. Voor het zo leren waarnemen in stilte is vanzelfsprekend coaching en oefening noodzakelijk, zeker als mensen zijn vastgelopen in een put van onbegrepen lijden.
Doordat onze mechanisch ingestelde psyche steeds complexer wordt gecatalogiseerd en geëtiketteerd, is er geen enkele plaats voor de Waarnemer zelf: die stille neutrale bewuste aanwezigheid in ons die helder schouwt wat er gebeurt, zonder hierop te reageren alsof er een probleem zou zijn: onze metapsyche: het enige non-duale punt in onze menselijke geest.
Wat veel therapieën niet onderkennen is dat psychische problemen nu juist ontstaan door de niet waargenomen psyche. Zonder het in stelling brengen van onze meta-psyche blijft de geest gevangen in automatische reactieve patronen zoals angsten en contraproductieve (zelfs destructieve) gewoontepatronen. Het louter mechanisch reageren op het leven en gebeurtenissen blijft zo bestaan. Zonder stille aandacht ‘overkomen’ alle gemoedstoestanden en stemmingswisselingen ons steeds opnieuw i.p.v. dat we ze zien aan- en opkomen. Medicatie kan door het dempen van intensiteit van stemmingen ons nog verder afbrengen van het bewustzijn dat deze gekleurde stemmingen detecteert als tijdelijke fenomenen die verschijnen én weer verdwijnen. Ze kunnen de transformatie van ons individuele bewustzijn (de kern van menselijke groei) zelfs blokkeren. Oude wonden worden worden door therapeutisch ‘krabben’ opengehouden. Medicatie zal wel acute nood kunnen verlichten (wellicht om zelfdestructie te voorkomen) maar verandert nooit het mechanische karakter van de geest die ‘slaapt’. Je wordt niet wákker van chemische medicatie! Het voorkomt juist het in stelling brengen van onze metapsyche en brengt niet dichter bij wakker zelfbewustzijn.
Ik kan niet zijn wat ik waarneem
want ik ben Dat wat waarneemt
Het mechanische functioneren van onze psyche wordt mede in stand gehouden door onze cultuur van externe oplossingen. Alle problemen moeten van buitenaf worden opgelost, terwijl ze binnenin ons moeten worden opgelost. Ons ego-‘verhaal’ wordt ook voortdurend extern gevoed, door onszelf en door anderen: ideeën over wie we zijn, wat er mis met ons zou zijn en wat er gerepareerd moet worden. Vele collectieve trends en identificaties jagen dit aan en worden op internet ‘geboost’ door influencers, coaches en allerlei z.g. experts. Wat telkens ontbreekt, is de uitnodiging om naar binnen te keren/kijken, en te vragen: Wie of Wat is het die deze ervaringen waarneemt? Daarom vraagt men de arts bij psychisch ongemak (maar ook bij lichamelijke kwalen) ‘Wat héb ik?’, terwijl men zou moeten vragen ‘Wat mankeert mij?’, oftewel ‘Wat heb ik niet?’ Het is duidelijk wat men niet heeft: een in stelling gebrachte metapsyche die ons doet inzien: ‘Ik kan niet zijn wat ik waarneem, want ik ben Dat wat waarneemt’.
Integriteit als leidraad
Het artikel over integriteit op Zelfkennis.nu beschrijft het trouw blijven aan wat je werkelijk hebt leren Weten: denken wat je Weet, zeggen wat je denkt, doen wat je zegt, en weten wat je doet, als een lijn van integer bewustzijn. Dit is geen psychologisch model, maar een innerlijke staat van verbondenheid met de Waarnemer, de meta-psyche, die je in staat stelt om automatische reacties te herkennen, te stoppen en voorgoed achter te laten. Integriteit betekent dat we onze geestelijke capaciteiten hebben geïntegreerd en we niet meer afgeleid raken door geconditioneerde aannames of emotionele reacties. Het betekent dat we zelfreflectief in Nu zijn en verantwoordelijkheid nemen voor wat we waarnemen. In de psychiatrie worden geestelijke ‘ongewenstheden’ gezien als een objecten die genezen moet worden, in plaats van als fenomenen die geobserveerd kunnen worden en niet langer hoeven te worden gevolgd.
Echte transformatie – de mogelijke evolutie van de mens – vraagt niet om het verminderen van lijden, maar om bewustzijnstraining om stille waarneming vol te houden, ook als het lastig is, ook als het leven ons ‘test’. Dit betekent dat we stil aanwezig leren zijn bij/in stemmingen zonder erin meegezogen te worden; dat we herkennen dat de meeste gedachten en gevoelens-stromen geen waarheden zijn; dat we leren ons niet langer te identificeren met ons psychische ‘verhaal’ en dus uit de automatische wakende slaap treden. Dan leven we vanuit onze meta-psyche: volledig zelfreflectief en aandachtig in Nu. Pas door deze innerlijke discipline – wat men zelfherinnering kan noemen – die is gericht op waarheidsvinding kunnen we onze automatische, mechanische staat overstijgen.
Een innerlijk anker
Er ontstaat een duurzame power door deze verruiming van innerlijke waarnemen, waarin we niet langer reactief op prikkels reageren en onze eigen reacties, gedachten en gevoelens bewust aanschouwen. In onze wereld vol onzekerheid, onrust en sociale verstoringen (spanningen in relaties en de impact van maatschappelijke crises) raken veel mensen ontregeld, doordat ze geen innerlijke standvastigheid hebben om in zichzelf verankerd te blijven.
Hoofd en hart zijn meestal onbewust en ook niet juist op elkaar afgestemd: het hart reageert snel en gevoelsmatig (het kent slechts een ja of nee), terwijl het hoofd veel langzamer verklarend is en snel verzand in gemaal van gedachten wat het hart verder in onrust brengt. Maar met een zuivere samenwerking tussen hoofd en hart (emo-mentale hygiëne) ontstaat innerlijke balans. Door bewust te leren waarnemen wat in er ons hoofd en hart speelt, kunnen deze twee centra samenwerken in een zuivere, harmonieuze eenheid, wat een innerlijk anker vormt. Hoofd en Hart worden een elkaar versterkend team!
Dit innerlijk anker is geen psychologische coping strategie, maar een standvastige aanwezigheid die veel minder zal worden verstoord door externe omstandigheden. Het is een zachte fundamentele kracht waarmee we vrij waarnemen wat er binnen en buiten ons gebeurt, waarin we onrust en reactieve patronen doorzien en een innerlijke eenheid ervaren die ons ‘draagt’ bij onzekerheid of tegenslag. Kortom: ons innerlijke anker is de basis voor ware vrijheid en stabiliteit, geworteld in bewuste waarneming door onze meta-psyche.
“Om vrij te lopen heb je techniek nodig” zei Johan Cruijff. Meestal volstaat theoretische kennis, hoe ‘spiritueel’ geformuleerd ook, niet om je stille innerlijke anker en vrijheid te behouden, vooral wanneer het leven je test en je in onaangename situaties belandt. Dan merk je dat je de technische ervaring mist die nodig is om ‘vrij te lopen’ en ook te blijven. Dan zul je dus aan je ‘techniek’ moeten werken. Hiervoor bestaan vele kortdurende dagelijkse oefeningen die je daarbij helpen, mits zo vaak mogelijk toegepast, naast oefeningen als meditatie en mindfulness.
De woorden van Jiddu Krishnamurti “De hoop voor de mens is de transformatie van het individu” zouden hierin permanent onze leidraad moeten zijn.
Psychiatrische gevangenis
Excerpt van ‘De psychiatrie als bedenkelijk instituut’
door Désirée L. Röver
De psychiatrie presenteert zich als een wetenschappelijk doorwrochte medische specialiteit, overgoten met een saus van academische arrogantie, terwijl er geen enkele test bestaat om een psychiatrische aandoening mee te bewijzen of weerleggen. Zelfs fMRI en EEG missen de consistentie om een diagnose te bevestigen. Wie een blik in de psychiatrische keuken kon werpen, ziet hoe vaak niet eerst lichamelijke oorzaken worden opgespoord of uitgesloten en hoe doseringen van psychiatrische medicijnen eenvoudig worden opgehoogd wanneer resultaten uitblijven. Zelfs de rechter wordt soms ingezet om een patiënt tegen diens wil tot behandeling te dwingen en de geschiedenis kent vele voorbeelden van mensen die met incorrecte of zelfs belachelijke diagnoses werden vastgehouden.
Sigmund Freud’s psychoanalyse (een verdienmodel dat aan miljoenen mensen onuitspreekbaar leed heeft toegebracht) fabriceerde een systeem waar geen argument tegen bestand kon zijn en waarin patiënten als ‘slachtoffer’ zelf geen inzicht of oordeel zouden kunnen hebben. Het heeft gruwelen voortgebracht als lobotomie en shocktherapie. De psychiatrie is vooral weinig praten en veel pillen. Het Diagnostisch en Statistisch Handboek (DSM-V TR – meer dan 1500 pagina’s) fungeert als leidraad en aan de gecodeerde diagnoses hangen protocollen. Met die hamer in de hand is alles een spijker. Psychiaters zijn gedwongen te doen wat ze ‘weten’, zonder te weten wat ze werkelijk doen. Vanwege cognitieve dissonantie worden in wetenschap en geneeskunde nieuwe bewijzen of ideeën verworpen, slechts omdat ze de heersende opvattingen tegenspreken.